Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Inbeslaggenomen goederen
Benadeelde partij
Vorderingen na voorwaardelijke veroordelingen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.
een gedeelte, groot 4 maanden,niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Gelast teruggave aan veroordeelde van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1] , feit 1 primair:
- het bedrag van 7.785,06 (zegge: zevenduizend zevenhonderdvijfentachtig euro en zes cent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
benadeelde partij Politie Noord-Nederland Team Schade Noord-Nederland, feit 2:
- het bedrag van 2.105,30 (zegge: tweeduizend honderdenvijf euro en dertig cent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 2] , feit 3 subsidiair:
- het bedrag van 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.