ECLI:NL:RBNNE:2025:4495

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
11571037 BU VERZ 25-452
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen boete voor parkeren zonder juiste vergunning

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de juiste vergunning. Betrokkene stelde dat zij in de veronderstelling was dat haar vergunning geldig was voor de betreffende parkeerplaatsen, maar erkende haar vergissing. De officier van justitie handhaafde de boete en het beroep bij de kantonrechter werd ongegrond verklaard.

De kantonrechter behandelde het beroep op 14 oktober 2025, waarbij betrokkene en haar gemachtigde niet aanwezig waren. De verdediging voerde aan dat het bewijs in de administratieve fase onvoldoende was en dat proceskostenvergoeding moest worden toegekend, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.

De rechtbank oordeelde dat de overtreding vaststaat omdat betrokkene zelf toegaf niet over de juiste vergunning te beschikken. Er waren geen feiten of omstandigheden die tot aanpassing van de boete konden leiden. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd op 28 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder juiste vergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263668578
zaaknummer: 11571037 BU VERZ 25-452

uitspraak van de kantonrechter van 28 oktober 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Meesterboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R397I – ‘parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig’, verricht op 28 december 2023, om 10:19 uur, op de Gedempte Keizersgracht in Leeuwarden. De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was als vertegenwoordigster van de officier van justitie aanwezig mr. P.A. Veenstra. Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen.

Beoordeling door de kantonrechter

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
3. Betrokkene zegt in de veronderstelling te zijn geweest dat de vergunning geldig was voor de parkeerplaatsen waar een bord stond dat zei “parkeren voor vergunninghouders” in de voor haar beschikbare zone. Ze heeft zich daarin vergist en hoopt op kwijtschelding van de boete. De gemachtigde voert aan dat het bewijs “rond” had moeten zijn in de fase van administratief beroep en dat door het inbrengen van stukken door de officier van justitie in de fase bij de kantonrechter, dit niet het geval is geweest. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordigster stelt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
5. De kantonrechter overweegt dat betrokkene zelf aangeeft dat zij niet over de juiste vergunning beschikte. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan.
6. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot aanpassing van de boete. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep ongegrond zal verklaren.
7. Het verzoek om proceskostenvergoeding zal dan ook worden afgewezen en de gronden over de herwaardering van de proceskostenvergoeding zullen worden gepasseerd.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.