Op 19 augustus 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak betreffende een opgelegde boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene, een transferverpleegkundige, had op 21 november 2023 geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. De boete was oorspronkelijk vastgesteld op € 359,00, maar de officier van justitie had deze gematigd tot € 175,00. De betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting heeft de betrokkene aangevoerd dat zij de boete oneerlijk vond, gezien de omstandigheden waaronder zij parkeerde. Zij moest een psychiatrische en dementerende patiënt vervoeren naar een verpleeghuis in Groningen, waar de patiënt dringend zorg nodig had. De kantonrechter heeft de zaak beoordeeld en vastgesteld dat de betrokkene de verweten gedraging niet betwistte, maar dat er bijzondere omstandigheden waren die aanleiding gaven om de boete verder te matigen. De kantonrechter oordeelde dat de betrokkene onder druk van een noodsituatie handelde en dat de boete gematigd moest worden tot nihil.
De kantonrechter heeft het beroep gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en de sanctie gewijzigd naar nihil. De betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug. De uitspraak is gedaan door kantonrechter F. Sijens, met R. de Hoop als griffier.