ECLI:NL:RBNNE:2025:4539

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
11469423 BU VERZ 24-3206
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete gematigd tot nihil voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats wegens bijzondere omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. De overtreding vond plaats op 21 november 2023 in Groningen. Betrokkene, werkzaam als transferverpleegkundige, voerde aan dat zij de patiënt met urgentie naar een verpleeghuis moest vervoeren en dat de patiënt in paniek was, waardoor het niet verantwoord was elders te parkeren.

De officier van justitie had de oorspronkelijke boete gematigd, maar betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 19 augustus 2025 werd het beroep behandeld waarbij de kantonrechter de bijzondere omstandigheden van het geval erkende.

Hoewel de kantonrechter het uitgangspunt hanteert dat gehandicaptenparkeerplaatsen vrijgehouden moeten worden, oordeelde hij dat de korte duur van het parkeren en de noodzaak gezien de situatie een verdere matiging van de boete rechtvaardigen. De boete werd daarom gematigd tot nihil en de zekerheidstelling werd teruggegeven aan betrokkene.

Uitkomst: De boete voor het parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262811513
zaaknummer: 11469423 BU VERZ 24-3206
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 augustus 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart’ verricht op 21 november 2023, om 10:59 uur, aan de [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 184,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het initiële boetebedrag van € 359,00 inclusief administratiekosten gematigd tot € 175,00 exclusief administratiekosten en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nihil. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat het voor haar als zorgverlener oneerlijk voelt dat zij een hoge boete krijgt voor zes minuten parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats, terwijl zij alles voor de betreffende patiënt heeft gedaan. Betrokkene heeft aangevoerd dat de betreffende patiënt zodanig in paniek was, dat zij het niet verantwoord vond om te parkeren achter het gebouw.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat er in dit geval sprake was van een noodsituatie en betrokkene niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan. Gelet op vorenstaande heeft de vertegenwoordigster de kantonrechter verzocht de al gematigde boete verder te matigen tot nihil.
Overwegingen
5. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
5.1
De kantonrechter ziet in de door betrokkene aangevoerde bijzondere omstandigheden voldoende aanleiding om de al gematigde boete verder te matigen. Hiertoe overweegt hij dat betrokkene van meet af aan heeft aangevoerd dat zij onderhavige gedraging heeft begaan, omdat zij als transferverpleegkundige een psychiatrische en dementerende patiënt moest vervoeren naar een verpleeghuis in Groningen, waar de patiënt met urgentie zorg moest krijgen. Door betrokkene is aangevoerd dat de overplaatsing normaal gesproken door de familie van de patiënt wordt georganiseerd, maar dat de betreffende patiënt geen familie meer had, waardoor betrokkene, na overleg met haar leidinggevende met haar eigen auto (de dienstauto’s waren bezet), de patiënt heeft vervoerd. Doordat er geen parkeerplaats beschikbaar was op loopafstand van de ingang, de patiënt slecht ter been was en in de auto al erg in paniek was, waardoor betrokkene bang was dat de patiënt de deuren zou openen, heeft betrokkene besloten om te parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats. Dat er volgens de vertegenwoordigster sprake is van een noodsituatie, volgt de kantonrechter niet. Uitgangspunt is dat de gehandicaptenparkeerplaatsen te allen tijde vrijgehouden dienen te worden voor personen met een gehandicaptenparkeerkaart, maar de kantonrechter begrijpt dat betrokkene onder de gegeven omstandigheden de onderhavige keuze heeft gemaakt, terwijl ook maar kort op de gehandicaptenparkeerplaats is geparkeerd. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete gematigd moet worden tot nihil.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot nihil;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.