Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het rijden met een voertuig met niet-afgeschermde uitstekende delen, namelijk een ladder die gevaarlijk uitstak aan de achterzijde van een aanhanger.
Betrokkene voerde aan dat de ladder met beschermende doppen was voorzien, binnen de wettelijke afstand van één meter uitstak, en dat de lading veilig was vastgezet met een net en sjorbanden. De verbalisant stelde echter visueel vast dat de ladder gevaarlijk uitstak en letselverhogend kon zijn bij een aanrijding, mede omdat een markeringsbord ontbrak.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende grondslag bood en dat het verweer onvoldoende aanleiding gaf tot twijfel. Het feit dat de ladder binnen de afstand van één meter bleef en voorzien was van doppen, maakte de boete niet onterecht. De kantonrechter concludeerde dat betrokkene de ladder op het dak had moeten vervoeren om uitstekende delen te voorkomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete van €289,00 inclusief administratiekosten werd bevestigd. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.