Aan betrokkene is een boete opgelegd voor het rijden van 28 kilometer per uur te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete werd administratief beroep ingesteld, dat door de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van gronden en het overschrijden van de termijn.
Namens betrokkene is aangevoerd dat de gronden wel tijdig zijn ingediend, ondersteund door verzendadministratie en een verklaring van de secretaresse die het beroepschrift per gewone post heeft verzonden. De kantonrechter acht dit voldoende aannemelijk en vernietigt de beslissing van de officier van justitie.
Ten aanzien van de hoorplicht is geoordeeld dat geen schending heeft plaatsgevonden, omdat de gemachtigde niet heeft gevraagd om verplaatsing van de hoorzitting en het parket niet op de hoogte was van verhinderingen. De verklaring van de verbalisant wordt als voldoende grondslag gezien voor de vaststelling van de overtreding.
De kantonrechter verklaart het beroep inhoudelijk ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De opgelegde boete blijft derhalve in stand.