Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor jeugdhulp, waarop het college van burgemeester en wethouders van Groningen een besluit nam tot toekenning van jeugdhulp voor bepaalde periodes in 2025. Na bezwaar van verzoeker handhaafde het college het oorspronkelijke besluit en gaf aan aanvullend onderzoek te zullen verrichten.
Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 9 oktober 2025 bood het college een verlenging van de jeugdhulp aan tot 31 augustus 2026 voor 5 uur begeleiding per week, met een evaluatie in juni/juli 2026. Dit aanbod werd door verzoeker geaccepteerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door deze acceptatie het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, omdat het aanbod pas laat en onvoldoende concreet was gecommuniceerd.