Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 november 2025 in de zaak tussen
[naam rechtspersoon] statutair gevestigd te [vestigingsplaats rechtspersoon] , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van [gemeente]
Samenvatting
- de woensdag, deze vergunning is op 27 oktober 2014 verleend;
- de zaterdag, deze vergunning is op 7 maart 2018 verleend.
Procesverloop
Het verzoek om een voorlopige voorziening
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toe;
- schorst de werking van het besluit gedateerd 1 oktober 2025 (78728-2024);
- bepaalt dat deze voorlopige voorziening hangende bezwaar vervalt na ommekomst van twee (2) weken nadat het te nemen besluit op bezwaar is bekendgemaakt, tenzij binnen die twee weken is verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep. In dat geval zal de voorziening die bij deze uitspraak is getroffen vervallen zodra de voorzieningenrechter uitspraak zal hebben gedaan op het verzoek hangende beroep;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
- draagt het college op het griffierecht van € 385,– aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,– aan proceskosten van verzoekers, het college moet die vergoeding betalen aan