Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:4747

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
11559370 BU VERZ 25-377
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing wegens schending hoorplicht bij verkeersboete

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 7 oktober 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 9 oktober 2025 voerde de gemachtigde van betrokkene aan dat de leaserijder niet op de plaats van de overtreding was en dat de hoorplicht was geschonden. De hoorplichtsschending werd toegeschreven aan een beoordelaar die zonder hoorzitting beslissingen nam. De gemachtigde verzocht om matiging van de boete met 25% en vergoeding van proceskosten.

De officier van justitie erkende de schending van de hoorplicht, maar stelde dat dit geen structureel beleid was, maar een eenmalige fout van een beoordelaar. De kantonrechter stelde vast dat de boete terecht was opgelegd aan de kentekenhouder en dat de gedraging kon worden vastgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat de beslissing van de officier van justitie vernietigd moest worden wegens schending van de hoorplicht, maar dat er onvoldoende bewijs was voor een structurele schending. Daarom werd de boete niet gematigd en werden de proceskosten niet toegewezen.

Uitkomst: De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, zonder matiging van de boete.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262143317
zaaknummer: 11559370 BU VERZ 25-377
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 9 oktober 2025
in de zaak van

[betrokkene] B.V. (de betrokkene),

gevestigd in [vestigingsplaats] ,
(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen’, verricht op 7 oktober 2023, om 16:03 uur, op het Breedpad in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 9 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als gemachtigde van betrokkene mr. I. Menalo , kantoorgenote van mr. Lagas en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
1.3.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat de leaserijder niet op de plaats van de gedraging is geweest op die dag. Daarnaast is de hoorplicht geschonden. Eén beoordelaar van het CVOM heeft per abuis in meerdere zaken direct een beslissing genomen, zonder eerst te horen. De gemachtigde verzoekt, onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam [1] , om de boete met 25% te matigen. Hierbij is van belang dat dit niet het eerste incident is waarbij de hoorplicht is geschonden en ook deze schending structureel is. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten. De overige gronden worden ingetrokken.
3. De vertegenwoordiger is van mening dat de beslissing van de officier van justitie vernietigd moet worden, omdat de hoorplicht is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard. De hoorplicht wordt namelijk niet structureel geschonden. Deze schending van de hoorplicht heeft niet te maken met beleid van het CVOM, maar met één persoon die de regels verkeerd heeft geïnterpreteerd. Deze schending van de hoorplicht is daarom niet vergelijkbaar met andere gevallen waarin wél sprake was van een structurele schending van de hoorplicht.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Op de foto van de gedraging is te zien dat het gaat om de auto van betrokkene. De boete is terecht uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
5. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter stelt met partijen vast dat de hoorplicht is geschonden. De kantonrechter zal daarom de beslissing van de officier van justitie vernietigen. In dit geval is één beoordelaar ten onrechte in de veronderstelling geweest dat geen hoorzitting hoeft plaats te vinden, als een reactie van de gemachtigde uitblijft. Echter is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht. Er is geen sprake van een beleidsmatige schending van de hoorplicht, maar van één beoordelaar die tijdelijk een fout maakte. Deze schending moet bovendien los worden gezien van gevallen waarin de hoorplicht om andere redenen is geschonden. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding om het sanctiebedrag te matigen. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Beslissing van 31 juli 2025, zaaknummer 11759577 WM VERZ 25-9669.