ECLI:NL:RBNNE:2025:4890
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- O.J. Bosker
- H. Schuth
- C. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na diefstal van auto’s en auto-onderdelen
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €84.497,93 als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, welke bijgesteld werd naar €14.766,57. De rechtbank heeft veroordeelde eerder veroordeeld voor diefstal van auto’s en auto-onderdelen, maar vrijgesproken van enkele diefstallen die tot lagere voordelen leidden.
Op basis van bewijsstukken en een herberekening heeft de rechtbank het voordeel gecorrigeerd en rekening gehouden met de vrijspraak, waardoor het bedrag werd verlaagd naar €14.747,70. De rechtbank concludeert dat veroordeelde slechts 20% van dit bedrag als voordeel heeft genoten, gezien zijn beperkte rol als leerling en loopjongen onder leiding van medeveroordeelde [medeveroordeelde 1].
Daarom stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €2.949,40 en legt veroordeelde op dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens is de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 39 dagen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 2 december 2025.
Uitkomst: Veroordeelde moet €2.949,40 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.