Op 11 juni 2025 sloeg verdachte het slachtoffer eenmaal met een stok tegen het hoofd, waarbij ernstig letsel ontstond, waaronder een schedelfractuur met subduraal hematoom. Verdachte werd vervolgd voor poging tot doodslag, zware mishandeling en poging tot zware mishandeling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag en zware mishandeling omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte met voldoende opzet handelde en het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel werd aangemerkt. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk een poging tot zware mishandeling pleegde door het slaan met een stok.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat het noodweerscenario onvoldoende aannemelijk was. Ook werd het ondervragingsrecht van de verdediging beperkt doordat twee belastende getuigen niet konden worden gehoord, wat leidde tot uitsluiting van hun verklaringen als bewijsmiddel.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot vijf maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit, het letsel, de omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast werd beslag op een bodywarmer teruggegeven aan verdachte.