In dit kader overweegt de rechtbank als volgt.
De advocaat van betrokken heeft ter zitting te kennen gegeven dat betrokkene in Amsterdam verblijft en dus niet bij de zitting aanwezig is, maar dat zij wel graag wil worden gehoord. Betrokkene is wel op de hoogte van de zitting van vandaag maar wil niet terugkeren naar [woonplaats] . Zij zou nog wel digitaal willen aansluiten bij een zitting.
Niet in geschil is echter dat betrokkene al sinds enige tijd ongeoorloofd afwezig is. Om die reden is de behandeling ter zitting van dit verzoek die eerst op 9 oktober was bepaald al verplaatst naar heden, 14 oktober 2025 (tevens de laatste dag van de wettelijke beslistermijn), om betrokkene een tweede kans te geven bij de zitting aanwezig te zijn. Betrokkene is op 15 september 2025 in [woonplaats] nog voor de medische verklaring face-to-face onderzocht door de onafhankelijk psychiater, maar heeft er daarna voor gekozen om niet terug te keren van onbegeleid verlof. Omdat betrokkene al sinds 2016 vrijwel onafgebroken bekend is met verplichte opnames/verplichte zorg, met tenminste jaarlijks een (verlengings)-zitting, kon zij weten dat niet lang na het gesprek met de onafhankelijk psychiater een zitting zou plaatsvinden om het verzoek te behandelen.
De rechtbank stelt voorts dat betrokkene kennelijk heeft aangegeven wel digitaal aan te willen sluiten bij en zitting, maar dat zijzelf – dan wel haar advocaat – geen enkel initiatief heeft genomen om digitaal bij de zitting van heden aanwezig te zijn. Op voorstel van de rechtbank heeft de advocaat van betrokkene ter zitting nog getracht betrokkene telefonisch te bereiken, maar betrokkene nam - ondanks haar bekendheid met de zitting - niet op.
Hoewel betrokkene via haar advocaat in wóórd te kennen heeft gegeven door de rechtbank te willen worden gehoord, stelt de rechtbank op grond van het vorenstaande echter vast zij zich daar feitelijk niet naar heeft gedragen. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het niet op de weg van de rechtbank om, in geval van ongeoorloofde aanwezigheid van betrokkene, zich naar haar feitelijke verblijfplaats (in dit geval ca. 165 km. verderop) te begeven.
Alles te samen genomen heeft de rechtbank geconcludeerd dat betrokkene niet bereid was in de kliniek te [woonplaats] te worden gehoord waarna de zitting zonder haar bijzijn is voortgezet.