In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland op 26 november 2025, wordt de afwijzing van de aanvraag van eiser om een schuld van € 6.700,- aan zijn moeder over te nemen behandeld. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en voert verschillende beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelt dat de schuld terecht niet is overgenomen, omdat het gaat om een informele schuld waarvoor een notariële akte vereist is, en deze ontbreekt. Daarnaast wordt het beroep op de hardheidsclausule afgewezen. De rechtbank legt uit dat de wet, de Wet herstel toeslagen (Wht), specifieke voorwaarden stelt voor het overnemen van private schulden, waaronder de eis van een notariële akte. Eiser heeft zijn aanvraag ingediend na de afwijzing door de minister van Financiën, die de aanvraag op 29 november 2023 had afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigden aanwezig waren. Eiser betoogt dat de eis van een notariële akte onredelijk is, maar de rechtbank oordeelt dat deze eis in de wet is opgenomen om de zekerheid van bestaande schulden te waarborgen. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de toepassing van de wet in dit geval onbillijk maken. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat hij geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.