Uitspraak
1.De procedure
31 oktober 2025;
2.De feiten
het aanvragen en aanvaarden van subsidies waaraan voorwaarden zijn verbonden;
alle overige zaken die krachtens de statuten aan het bestuur zijn voorbehouden;
Taken en bevoegdheden van de directeur kunnen nader worden geregeld bij een directiestatuut (…)”
30 november 2005, staat met betrekking tot de mandatering van de directeur , voor zover van belang:
“Verder zorg dragen voor verdere (commerciële) uitbouw van de Stichting, mede in het kader van huidige subsidie regelingen (…).”Daarnaast heeft VZD de toekenning van de prestatietoeslag voor 2009 afhankelijk gesteld van het bereiken van een drietal doelen, waaronder: “
het bevorderen van de diversiteit van de opdrachtgevers van de stichting.”
17 maart 2025 een offerte alsmede een plan van aanpak opgesteld voor het uitvoeren van een extern onafhankelijk onderzoek inzake integriteitsmeldingen over de directeur van VZD, zijnde [verweerder] . De kosten die [adviesbureau] heeft geoffreerd voor het uit te voeren onderzoek bedraagt € 43.500,00 exclusief btw. VZD heeft deze offerte van [adviesbureau] geaccordeerd.
4 juli 2025 (hierna “het onderzoek”). [adviesbureau] heeft 28 vermoedens van integriteitsschendingen onderzocht over de periode 2022 tot juli 2025. In het rapport van [adviesbureau] staat de volgende slotconclusie opgenomen:
Bij de meeste vermeende integriteitschendingen hebben wij geen feiten en/of omstandigheden vastgesteld die erop wijzen dat de directeur handelde in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken. Een enkele keer kwam dat door gebrek aan bewijsmateriaal in combinatie met uiteenlopende en/of tegenstrijdige verklaringen. Een enkele keer is helemaal geen bewijs aangetroffen dat de melding ondersteunde.
Bij zeven vermeende integriteitsschendingen hebben wij vastgesteld dat er sprake was van (de schijn van) belangenverstrengeling. In deze gevallen gaat het om een vermenging van de taken en verantwoordelijkheden van de directeur van de Stichting met zijn privébelangen. In een enkel geval heeft de directeur daar persoonlijk voordeel van gehad. Een directeur hoort niet zelf te beslissen over zaken waarbij hij een privébelang heeft; dit moet hij aan het bestuur voorleggen. Dat is niet gebeurd.
Bij zeven vermeende integriteitsschendingen handelde de directeur niet in lijn met de statuten, het directiestatuut en/of zijn eindverantwoordelijkheid voor het budgetbeheer en het financieel management van de Stichting.
Bij drie vermeende integriteitsschendingen is mogelijk sprake van strafbaar handelen. De beoordeling daarvan is niet aan [adviesbureau] , maar aan de rechter. Daarvoor is aangifte nodig.
Verschil in interpretatie van het Stichtingsdoel: de directeur legt de nadruk op ondernemerschap en een bredere invulling dan veiligheid, terwijl het bestuur veiligheid centraal stelt.
Veel zaken zijn niet of onduidelijk vastgelegd tussen de directeur en het bestuur, bijvoorbeeld over het gebruik van de auto van de Stichting door de directeur , het declareren van zaken door de directeur op de grens van zakelijk en privé en het gebruik van de bankpas van de Stichting door de directeur .
Rommelige administratie (goederen, financieel) en bedrijfsvoering. Verder zijn er onduidelijke kaders (bijvoorbeeld over sponsoring) en zijn afspraken soms weinig zakelijk (bijvoorbeeld het aanvragen van offertes en onduidelijke facturen bij inkoop).
Een ruim mandaat en grote handelingsvrijheid van de directeur met een bestuur op grote afstand, waar de directeur ruimhartig gebruik van heeft gemaakt.
Een directeur die zich vooral ondernemer voelt (en handelt) en minder directeur van een
erkent dat hij zaken wellicht anders had kunnen aanpakken en dat hij niet altijd even doordacht heeft gehandeld of gecommuniceerd. Volgens hem is bij de Kamer van Koophandel een volledige volmacht aan hem verleend namens de stichting, wat volgens [verweerder] afwijkt van wat er in de statuten is vastgelegd. [verweerder] geeft aan te hebben gehandeld binnen de ruimte die hem volgens het uittreksel van de KvK werd geboden.
“Beëindiging arbeidsovereenkomst [verweerder] .”In deze brief heeft VZD onder andere vermeld dat zij de onderzoeksresultaten uit het [adviesbureau] rapport beoordelen als zeer ernstig. Tevens geeft de advocaat namens VZD in voornoemde brief aan dat het bestuur van VZD het voornemen heeft om de arbeidsovereenkomst van [verweerder] te beëindigen en een ontbindingsverzoek zal worden ingediend bij de kantonrechter.
3.Het verzoek en het verweer
- a) € 10.000,00 ter zake gederfde huurinkomsten voor privéopslag;
- b) € 5.000,00 ter zake gederfde inruilwaarde voor bedrijfsauto’s;
- c) € 11.134,35 ter zake een privé-verbouwing;
- d) € 1.993,00 te vermeerderen met btw, € 388,41 inclusief btw en € 1.231,14 te
- e) € 43.500,00 te vermeerderen met btw ter zake de onderzoekskosten door [adviesbureau] ;
- f) € 36.068,09 te vermeerderen met btw ter zake kosten van juridisch advies;
- g) € 160.000,00 te vermeerderen met btw ter zake de inzet van een waarnemend Directeur ;
- h) € 13.310,00 te vermeerderen met btw ter zake de kosten van een externe woordvoerder;
- i) de overige geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;
4.De tegenverzoeken
€ 111.968,00 bruto althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag, onder overlegging van een deugdelijke bruto/netto specificatie, te betalen binnen 14 dagen na de dag van de beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid;
€ 25.000,00 bruto althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag, onder overlegging van een deugdelijke bruto/netto specificatie, te betalen binnen 14 dagen na de dag van de beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid;
5.De beoordeling
- de schoonmaakkosten en tankkosten van de auto van de directeur , ten aanzien waarvan “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- het privé-onderhoud van de auto’s, ten aanzien waarvan “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld die de melding ondersteunen en waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de oplaadkosten van de auto van de partner van [verweerder] waarvan geconcludeerd wordt dat dit qua omvang gering is en waarvan “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de huur van een loods te Klazienaveen en de onderverhuur van een opslaglocatie te Emmen, waarvoor geldt dat daarvoor “volgens de statuten toestemming gevraagd had moeten worden aan het bestuur”;
- de inkoop van goederen voor Ben Kwijt , waarover gemeld wordt dat dit afwijkt van de doelstellingen van de stichting en waarvan vastgesteld wordt dat “eerst met het bestuur besproken had moeten worden en dat dit niet is gebeurd.” En ook hierover “het de vraag is of de directeur goederen voor privégebruik aangewend heeft”;
- dat [verweerder] op kosten van VZD aan de coördinator van Ben Kwijt twee lattenbodems en twee matrassen cadeau heeft gedaan ter waarde van € 455,00, hetgeen de schijn van belangenverstrengeling en mogelijke bevoordeling oplevert;
- de administratie van Ben Kwijt , waarvan gezegd wordt dat de afhandeling van gevonden voorwerpen onduidelijk is, een inventarisatie-overzicht ontbreekt en er tot 2024 veel contante geldstromen zijn. [verweerder] is hiervoor verantwoordelijk maar de onderzoeker meldt dat er ook verantwoordelijkheid ligt bij de controller en de accountant. Hun rol is niet onderzocht en zij hebben het bestuur te kennen gegeven dat er geen risico’s waren;
- het gevonden geld in de kluis en de bon van de vishandel, waarvoor geldt dat op basis van de feiten en omstandigheden geen aanwijzingen bestaan “dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de sponsoring van FC Emmen, waarvoor geldt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de sponsoring van de Gouden Pijl , waarvoor geldt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de sponsoring van het Hello festival , waarvoor geldt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de barbecue van het verzorgingstehuis waar de oom van de partner van [verweerder] woont van € 450,00, waarvan gezegd wordt dat er sprake is van belangenverstrengeling;
- de overschrijding van arbeidsvoorwaarden door [verweerder] vanwege het hebben van nevenfuncties en het declareren van kilometers, waarvan in het onderzoek gemeld wordt dat het stichtingsbestuur op de hoogte was van de nevenfuncties en er geen afspraken zijn over de terugbetaling van kilometervergoedingen en geconcludeerd wordt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- het aanschaffen van computerbrillen, waarvan “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de integriteitsschending door de coördinator/praktijkopleider van de zoon van [verweerder] een mogelijke salarisverhoging in het vooruitzicht te stellen die gekoppeld is aan het succesvol afronden van de stage van de zoon, waarover de onderzoekers melden dat zij vinden dat sprake is van belangenverstrengeling;
- kosten van de Retail Management opleiding van de zoon van [verweerder] , waarvan gemeld wordt dat de onderzoekers vinden dat hiermee sprake is van belangenverstrengeling en dat het passend geweest zou zijn als dit zou zijn voorgelegd aan het bestuur van VZD;
- het vier keer door VZD laten betalen van de examengelden voor het vak rechtskennis voor de zoon van [verweerder] , in plaats van de gebruikelijke vergoeding van twee examenpogingen, waarmee sprake zou zijn van belangenverstrengeling en het zou passend zijn geweest als dit eerst zou zijn voorgelegd aan het bestuur, aldus de onderzoeker;
- [horecagelegenheid] , waarvan gemeld wordt dat VZD aan deze horecagelegenheid betaald heeft voor een aantal lunches, zomerbarbecue, kerstdiner, dinerbonnen en een verjaardagsfeest van de oom van de partner van [verweerder] . Hierover wordt in het onderzoek vermeld dat uit een bankafschrift blijkt dat de oom de kosten van het verjaardagsfeest heeft betaald en dat er verder omtrent betalingen aan [horecagelegenheid] geen regels hierover bij VZD bekend zijn. Verder wordt door de onderzoeker gemeld dat er geen oordeel gegeven kan worden over de vraag of VZD buitensporig veel heeft betaald;
- de bureaustoelen in de hoek waar de directeur werkt op het hoofdkantoor van VZD, waarvoor geldt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat [verweerder] heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- het privégebruik van de bloembakken, waarvoor geldt dat “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat [verweerder] heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- het gebruik van de bankpas van VZD voor privégebruik, waarvoor geldt dat [verweerder] is gemandateerd om betalingen te doen namens VZD en “geen feiten of omstandigheden zijn vastgesteld waaruit blijkt dat de directeur heeft gehandeld in strijd met wet- en regelgeving of interne afspraken”;
- de werkzaamheden uitgevoerd door [installateur] voor [verweerder] in privé (met uitzondering van de werkzaamheden die betrekking hebben op de factuur ten bedrage van € 321,00 exclusief btw, hierop wordt nog teruggekomen) waarvoor zou gelden dat [verweerder] , omdat het bestuur geen afspraken heeft gemaakt over het declareren van kosten voor het thuiswerken, formeel niet in strijd handelde met wet- en regelgeving of interne afspraken. Wel had [verweerder] naar de mening van de onderzoeker eerst toestemming moeten vragen om die kosten ten laste van VZD te brengen.
- het gebruik van 70 m² van de gehuurde opslaglocatie te Klazienaveen voor privé-opslag; dit wordt erkend door [verweerder] . Het gaat om een inboedel van zijn overleden moeder, een boot en twee aanhangwagens. [verweerder] betaalde hier geen vergoeding voor. Onbetwist is gebleven dat de vergoeding hiervoor € 2.500,00 per jaar zou moeten zijn. [verweerder] geeft hierover te kennen dat de opslag niet stiekem was, het de bedoeling was om het op te ruimen, de aanhangers ook door VZD gebruikt werden en andere (ex-)werknemers ook wel eens spullen stalden aldaar. Onder het mom “wie goed doet, goed ontmoet” moet dit maar kunnen, zo begrijpt de kantonrechter. Dat is echter niet het geval. Uit de stukken volgt dat deze privé-opslag vier jaren heeft geduurd. Van een kortstondige opslag die bedoeld was spoedig ongedaan gemaakt te worden was dus ook geen sprake. Het was van structurele aard en er werd op oneigenlijke wijze privé een voordeel mee behaald. Op dit punt is de kantonrechter van oordeel dat dit niet door de beugel kan en daarmee sprake is van een ernstige tekortkoming;
- privé-klussen medewerkers Ben Kwijt ; het betreft twee medewerkers die grind hebben afgeleverd bij [verweerder] thuis, meerdere medewerkers die grofvuil hebben afgevoerd van privégoederen van [verweerder] , het onder werktijd door medewerkers laten afleveren van een badkamermeubel en twee jaloeziekasten. Dit wordt erkend door [verweerder] . Hij benadrukt dat het niet alleen bij hem zo ging en dat de zaken door elkaar liepen. Het was een goed gebruik om elkaar te helpen. De kantonrechter overweegt dat dit niet afdoet aan het feit dat dit zo niet kan. Ook op dit punt schiet [verweerder] ernstig tekort door een privévoordeel te bewerkstelligen ten koste van middelen en tijd van VZD;
- het [bouwbedrijf] heeft werkzaamheden uitgevoerd in de opslaglocatie van Ben Kwijt voor een aanneemsom van € 29.000,00. Dit werk is afgerond op 5 oktober 2023. Hiervoor is gefactureerd aan VZD, op
- de facturen van het installatiebedrijf [installateur] ; [verweerder] erkent dat de factuur ad € 321,00 (exclusief btw) van 30 november 2021 ten onrechte door VZD is voldaan en de werkzaamheden op deze factuur betrekking hebben op werkzaamheden ten behoeve van [verweerder] privé. Hiermee heeft [verweerder] privékosten ten laste van de stichting laten komen. Dit is te duiden als een ernstige tekortkoming. Voor de overige facturen van [installateur] geldt dat ze ofwel voor de stichting waren omdat [verweerder] thuis een kantoorvoorzieningen nodig had voor het werk, ofwel door [verweerder] niet door de stichting zijn betaald omdat het [verweerder] in privé betrof.
- De inruil van auto’s bij [autohandelaar] ; het betreft hier inruil van auto’s (een Suzuki Jimny en een Fiat Panda) van VZD op de koop van een Skoda Enyaq waarvoor € 5.000,00 minder ontvangen werd dan aanvankelijk werd voorgesteld door het autobedrijf en een korte tijd later een inruil in privé van een Citroën van de schoonzoon van [verweerder] op de aankoop van een Skoda Kodiaq die € 5.000,00 meer opleverde dan aanvankelijk werd voorgesteld door het autobedrijf. Ook hier acht de kantonrechter voorshands bewezen dat [verweerder] ten koste van VZD een privévoordeel heeft bewerkstelligd. [verweerder] heeft dit gemotiveerd betwist. [verweerder] zal daarom, gelet op het door hem uitdrukkelijk gedane bewijsaanbod, worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
6.De beslissing
privé-aanbouw ten bedrage van € 11.134,35.
vrijdag 2 januari 2026zich dient uit te laten of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
bewijsstukkenwil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen;
februari 2026tot en met
juni 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
mr. C.J.R. de Locht, in het gerechtsgebouw te Assen, Brinkstraat 4;
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen;
5 december 2025.
typ: 33514/CJR/awi