ECLI:NL:RBNNE:2025:5194

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11424804 BU VERZ 24-2807
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurlijke boete voor verkeersovertreding niet gematigd door kantonrechter

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland op 22 oktober 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een opgelegde boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene had een boete ontvangen voor het niet stoppen voor een stopstreep, terwijl er een ambulance achter hem aan kwam. De kantonrechter oordeelde dat het stoppen na de stopstreep de situatie onvoorspelbaar maakte voor de ambulance en dat de betrokkene onvoldoende had onderbouwd dat hij een bijzonder geval was in de zin van artikel 13a van de Wahv. De gemachtigde van de betrokkene, M.J.M. Bergers van Boete.nu, voerde aan dat de gedraging niet verwijtbaar was en dat de proceskostenvergoeding niet correct was vastgesteld. De kantonrechter heeft echter geoordeeld dat de boete niet gematigd hoefde te worden en dat de proceskostenvergoeding door de officier van justitie correct was vastgesteld. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en gaf aan dat de betrokkene binnen zes weken hoger beroep kon instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263934727
zaaknummer: 11424804 BU VERZ 24-2807

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

22 oktober 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘niet stoppen voor een stopstreep’, verricht op 28 januari 2024, om 12:52 uur, op de N372 Roderweg kruising Roderwolderweg in Roden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard met vergoeding van de proceskosten vanwege een wijziging van de feitcode. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 22 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde.
1.3
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat de gedraging niet verwijtbaar is begaan omdat betrokkene niet eerder kon stoppen door een naderende ambulance. Hij is later gestopt omdat hij bang was dat het voertuig, dat hard kwam aanrijden, anders achter op hem zou botsen. Daarnaast mocht de officier van justitie de extra wegingsfactor uit artikel 13a van de Wahv niet toepassen. Deze extra wegingsfactor is niet van toepassing op de proceskosten bij de officier van justitie omdat hij proceskostenvergoeding toekent op grond van artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder is de € 12,99, die gemachtigde vraagt als instapvergoeding, geen symbolische bijdrage waardoor zijn kantoor niet vergelijkbaar is met een no cure no pay bureau. Van de € 12,99 kan een gezin worden voorzien van een hele week aan brood en beleg, en twee maaltijden. Ook kan voor dit bedrag 128 luiers of een abonnement met 40GB data en onbeperkt bellen gekocht worden. Daar komt bij dat de nodige gezinnen in Nederland van € 50,00 per week moeten rondkomen. Ten slotte wordt in de memorie van toelichting vermeld dat ook met een percentage van de bespaarde belasting kan worden gerekend en dat er dan ook geen sprake is van een no cure no pay. De €12,99 is 8% van deze besparing en is daarom ook geen symbolisch percentage.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld op basis van de foto. Daarnaast heeft de officier van justitie de juiste proceskostenvergoeding vastgesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat de extra wegingsfactor ook door de officier van justitie toegepast mag worden. [1] Verder is de gemachtigde geen bijzonder geval. [2] In deze zaak is er sprake van een kleine vergoeding die in wezen overeenkomt met no cure no pay. Tussen de gemachtigde en de betrokkene zijn ook zodanige afspraken gemaakt dat de proceskostenvergoeding geheel aan de gemachtigde wordt afgedragen.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen. Het ver stoppen na de stopstreep terwijl er een ambulance achter betrokkene rijdt, zorgt er juist voor dat hij onvoorspelbaar wordt voor de ambulance. Daarnaast is op de foto te zien dat de rijbaan achter betrokkene vrij was van verkeer waardoor de ambulance makkelijk om betrokkene heen had kunnen rijden. De bestuurder van een ambulance is er ook op getraind om met een hoge snelheid in het verkeer te rijden. Verder is ook op de foto te zien dat de remlichten van betrokkene niet aanstonden.
7. De officier van justitie heeft de juiste proceskostenvergoeding vastgesteld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat artikel 13a, tweede lid, van de Wahv van toepassing is op het administratief beroep bij de officier van justitie. [3] Verder vindt de kantonrechter dat gemachtigde geen bijzonder geval is in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. In het arrest van de Hoge Raad [4] staan drie kenmerken van beroepsmatig verleende rechtsbijstand opgesomd en de kantonrechter dient te beoordelen of het bedrijfsmodel van de gemachtigde niet (één van de) kenmerken heeft om als bijzonder geval aangemerkt te kunnen worden. De kantonrechter overweegt dat gemachtigde niet buiten redelijke twijfel heeft bewezen dat het bedrijfsmodel van gemachtigde één of meer van de door de Hoge Raad genoemde kenmerken niet heeft. Gemachtigde heeft namelijk alleen een betaalafschrift van betrokkene aan gemachtigde van de instapvergoeding van € 12,99 overgelegd. Verder heeft gemachtigde geen inzicht gegeven in zijn bedrijfsmodel en zijn stellingen niet nader onderbouwd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.1.
2.In de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.
3.HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.1.
4.HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.2.