ECLI:NL:RBNNE:2025:5195
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Parkeren in de berm van de snelweg zonder noodgeval
In deze zaak is ABN AMRO BANK N.V. geconfronteerd met een boete opgelegd op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het parkeren in de berm van de A28 zonder dat er sprake was van een noodgeval. De overtreding vond plaats op 14 januari 2024, waarbij de betrokkene een boete van € 169,00 kreeg opgelegd. Na een ongegrond verklaard beroep bij de officier van justitie, heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak op 22 oktober 2025 behandeld. De betrokkene voerde aan dat parkeren in de berm toegestaan is, tenzij er gevaarlijke situaties ontstaan. Hij parkeerde in de berm om naar een sportevenement te gaan en stelde dat andere voertuigen ook in de berm stonden zonder dat zij een boete kregen. De vertegenwoordiger van de officier van justitie betoogde echter dat parkeren in de berm van de snelweg alleen is toegestaan in noodgevallen, en dat dit in dit geval niet aan de orde was.
De kantonrechter oordeelde dat de berm van de snelweg onderdeel uitmaakt van de snelweg en dat er geen noodsituatie was die het parkeren rechtvaardigde. De kantonrechter concludeerde dat de verkeersovertreding voldoende was vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant, en dat de boete niet gematigd hoefde te worden. De uitspraak werd gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, en is openbaar uitgesproken op 6 november 2025.