ECLI:NL:RBNNE:2025:5195

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11422801 BU VERZ 24-2801
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Parkeren in de berm van de snelweg zonder noodgeval

In deze zaak is ABN AMRO BANK N.V. geconfronteerd met een boete opgelegd op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het parkeren in de berm van de A28 zonder dat er sprake was van een noodgeval. De overtreding vond plaats op 14 januari 2024, waarbij de betrokkene een boete van € 169,00 kreeg opgelegd. Na een ongegrond verklaard beroep bij de officier van justitie, heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft de zaak op 22 oktober 2025 behandeld. De betrokkene voerde aan dat parkeren in de berm toegestaan is, tenzij er gevaarlijke situaties ontstaan. Hij parkeerde in de berm om naar een sportevenement te gaan en stelde dat andere voertuigen ook in de berm stonden zonder dat zij een boete kregen. De vertegenwoordiger van de officier van justitie betoogde echter dat parkeren in de berm van de snelweg alleen is toegestaan in noodgevallen, en dat dit in dit geval niet aan de orde was.

De kantonrechter oordeelde dat de berm van de snelweg onderdeel uitmaakt van de snelweg en dat er geen noodsituatie was die het parkeren rechtvaardigde. De kantonrechter concludeerde dat de verkeersovertreding voldoende was vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant, en dat de boete niet gematigd hoefde te worden. De uitspraak werd gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, en is openbaar uitgesproken op 6 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263753380
zaaknummer: 11422801 BU VERZ 24-2801

uitspraak van de kantonrechter van 6 november 2025

in de zaak van

ABN AMRO BANK N.V. (de betrokkene),

die is gevestigd in Almere,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘de berm van een autosnelweg gebruiken zonder dat er sprake is van een noodgeval’, verricht op 14 januari 2024, om 15:51 uur, op de A28 in Zuidwolde, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 22 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [de lessee] , de lessee, en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. De lessee heeft op de zitting aangevoerd dat er in de berm geparkeerd mag worden tenzij dat gevaarlijk is. De berm is geen onderdeel van de rijbaan en de parkeerverboden gelden niet op de berm. Hij heeft ongeveer twee meter vanaf de vluchtstrook in de grasstrook van de berm geparkeerd, omdat hij naar het Nederlandse kampioenschap veldrijden ging. Zijn parkeeractie heeft niet geleid tot gevaarlijke situaties en dus mocht hij op de pleeglocatie parkeren. Daarnaast stonden meerdere andere voertuigen in de berm geparkeerd en niet iedereen heeft een boete ontvangen. Verder kun je de afrit niet tot de snelweg rekenen en hier zijn ook uitspraken van. Ten slotte heeft de verbalisant geen fotografische opname toegevoegd aan het zaakoverzicht, waardoor de verkeersovertreding niet voldoende is komen vast te staan.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Bestuurders mogen alleen gebruik maken van de berm van de snelweg als er sprake is van een noodsituatie. In dit geval was er geen sprake van een noodsituatie. Daarnaast heeft de verbalisant geen foto gemaakt, waardoor deze ook geen onderdeel is van het dossier.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in principe voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De kantonrechter vindt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld en ziet geen aanleiding om de boete te matigen.
6.1.
Op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 mag een auto niet de berm van een autosnelweg gebruiken, tenzij er sprake is van een noodsituatie. [1] Het klopt dat de berm normaal gesproken geen onderdeel is van de rijbaan en dat een parkeerverbod daarop niet van toepassing is, maar in dit geval geldt die regel niet. De wetgever heeft ervoor gekozen om het gebruik van de berm van een snelweg specifiek strafbaar te stellen. Dit betekent dat er dus niet in de berm van de snelweg geparkeerd mag worden. De kantonrechter overweegt dat betrokkene in dit geval in de berm van de snelweg heeft geparkeerd. De snelweg eindigt namelijk pas als dat wordt aangegeven door een verkeersbord. Volgens het zaakoverzicht stond betrokkene op de snelweg ter hoogte van hectometerpaal 131,5. Op Google Maps is te zien dat het bord met einde snelweg pas verderop, na hectometerpaal 131,4, staat. Daar komt bij dat het hof Arnhem-Leeuwarden ook heeft bevestigd dat een afrit onderdeel is van de snelweg. [2] De berm waar betrokkene heeft geparkeerd is dus onderdeel van de snelweg. Het is de kantonrechter niet gebleken dat sprake was van een noodsituatie.
6.2.
Daarnaast is voor de vaststelling van deze verkeersovertreding niet van belang dat er geen gevaarlijke situatie is ontstaan. Het alleen al gebruikmaken van de berm van de snelweg is verboden en daarvoor kan een boete opgelegd worden. Het maakt daarbij ook niet uit of andere bestuurders wel of geen boete hebben gekregen. De verbalisant heeft een eigen bevoegdheid om te bepalen of hij wel of geen boete oplegt.
6.3.
Ook is voor de vaststelling van de gedraging geen foto nodig. De verbalisant was zelf ter plaatse en hij heeft de verkeersovertreding vastgesteld. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat er een fotografische opname is gemaakt, waardoor deze ook geen onderdeel uit hoeft te maken van het dossier.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 43, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
2.Hof Leeuwarden, 11 juni 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7426.