Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder feit 5 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 1 tot en met 4 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte had in het verleden tezamen met anderen beschikking over een opslagruimte. Samen pleegden zij vermogensdelicten. In de opslagruimte lagen gereedschap, handschoenen en kleding opgeslagen. Verdachte stopte met het plegen van vermogensdelicten, de goederen bleven in de opslag achter. Dit verklaart hoe het kan dat DNA van verdachte is aangetroffen op de gereedschappen die bij de feiten door anderen zijn gebruikt en achtergelaten. Het DNA van verdachte is steeds aangetroffen op verplaatsbare objecten. Uit jurisprudentie volgt dat bij het aantreffen van DNA op verplaatsbare objecten niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat verdachte de inbraak ook heeft gepleegd. Voor alle feiten geldt dat verdachte niet herkenbaar/individualiseerbaar is op de camerabeelden. Een 100% herkenning door een verbalisant ontbreekt. Ook de verklaringen van getuigen geven weinig aanvullende informatie over de uiterlijke kenmerken van de daders. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman in het bijzonder het volgende aangevoerd. Op de camerabeelden is de ontblote rechteronderarm van de dader zichtbaar, daarop zijn geen tatoeages te zien. Dit sluit verdachte, die een grote tatoeage op zijn rechteronderarm heeft, als dader uitdrukkelijk uit. Daarnaast heeft een getuige verklaard dat de persoon die bij de juwelier naar binnen ging een vrouw was. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman in het bijzonder aangevoerd dat op camerabeelden te zien is dat de daders handschoenen en lichaam bedekkende kleding droegen. Daardoor is het minder waarschijnlijk dat de daders DNA-sporen in de vorm van bloed hebben achtergelaten. Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman in het bijzonder aangevoerd dat, zelfs als er een bewezenverklaring voor feit 3 volgt, dit niet betekent dat verdachte ook betrokken is geweest bij de vernieling zoals tenlastegelegd onder feit 5.
Feit 5
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van het onder feit 5 ten laste gelegde. Uit het dossier blijkt dat er een deur van een schuur naast het zwembad ter plaatse is geforceerd. In het pand lag een koevoet waarop DNA werd aangetroffen dat afkomstig kan zijn van verdachte. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat de koevoet is gebruikt om de deur van de betreffende schuur te forceren en dat dit door verdachte is gedaan, zodat ten aanzien van dat feit het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.
Feiten 1 tot en met 4
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 12 december 2025 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een week voor het onder feit 1 ten laste gelegde ben ik in de [bedrijf 5] geweest voor een voorverkenning.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juni 2021, opgenomen op pagina 27 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022097699 d.d. 27 juli 2023, inhoudend als verklaring van [naam 1] namens [bedrijf 5] :
Ik ben gistermiddag 8 juni 2021 weggegaan uit de [bedrijf 5] aan [adres] . Vannacht ging het alarm af. In de winkel bleek dat de voordeurruit was ingeslagen met een stuk ijzer en het beveiligingshek was omhoog gebracht met een krik. Er zijn diverse vitrines kapot geslagen. Er zijn veel sieraden weggenomen, waaronder goud en diamanten.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2023, opgenomen op pagina 87 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Start beelden 09-06-2021 03:20:57 uur. Er stappen twee personen van de scooter. Persoon 1 signalement: gezet postuur, lichte huidskleur, op de achterzijde van het hoofd is een bult te zien alsof er een knot haar onder zit. Persoon 1 slaat met een voorhamer tegen het raam van de deur. Samen wrikken persoon 1 en persoon 2 het toegangshek omhoog en plaatsen ze de krik eronder. Persoon 1 gaat onder het hek door. Persoon 1 slaat met een voorhamer tegen het slot van lades en pakt dingen uit de lades en doet die in de tas. Persoon 1 slaat met de voorhamer de ramen van vitrines in en pakt spullen uit de vitrines en stopt dit in de tas.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2021, opgenomen op pagina 94 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Opname van [bedrijf 5] op 1 juni 2021 16:49:54 uur. Signalement NN1: donkerkleurig haar achterover getrokken in een kort staartje. NN1 gaat de winkel in en bekijkt de voorwerpen.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2023, opgenomen op pagina 542 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Tijdens een voorverkenning draagt verdachte zijn haar in een donkere knot/staart en heeft hij donkere gezichtsbeharing en een stevig/corpulent figuur.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2023, opgenomen op pagina 584 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
De man die naar binnen is gegaan en meerdere vitrines (het glas en de lades eronder) heeft kapot geslagen, is zeer gelijkend aan de verdachte. Verdachte heeft een dik/gezet postuur en
draagt een staartje/knotje. Op de beelden is te zien dat persoon 1 die alles kapot slaat
en de voorwerpen in een grote tas doet, een gezet postuur en een bobbel onder zijn hoofdbedekking heeft.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf d.d. 9 juni 2021, opgenomen op pagina 131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de vloer bij een opengebroken vitrine kast zag ik een moker staan. Op de beelden in de winkel is te zien dat de vitrine kasten en de schuiflades met de moker worden bewerkt. De aangetroffen moker is veiliggesteld voor onderzoek.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 17 juni 2021, opgenomen op pagina 143 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Onderzoek handgereedschap (moker). Ik heb het onderste deel van de steel bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor gewaarmerkt met SIN AAOY9660NL.
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2021.06.25.161 (aanvraag 001), d.d. 23 juli 2021 opgemaakt door
J.H.C. Gits op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
SIN(
omschrijving)
DNA kan afkomstig zijn
van
Bewijskracht
AAOY9660NL#01
Minimaal twee personen:
(
onderste deel steel)
een relatief grote
hoeveelheid DNA:
meer dan 1 miljard
- [verdachte]
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 juli 2021, opgenomen op pagina 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] namens [bedrijf 1] :
Op 8 juli 2021 zag ik op beelden van de winkel in Heerhugowaard dat er was ingebroken. Ik ben bij de winkel aangekomen en ik zag de schade in de winkel. Ik merkte dat er meerdere telefoons en overige apparaten waren weggenomen uit de winkel.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juli 2021, opgenomen op pagina 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op 8 juli 2021 kwamen wij ter plaatse bij [bedrijf 1] . Wij zagen een moker op een
halve meter van de voordeur in het pand liggen. Wij zagen dat op de toonbank nog een witte bigshopper lag.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2021, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Voordat het feit heeft plaatsgevonden heeft er een voorverkenning plaatsgevonden. Op beelden is te zien dat twee personen op het trottoir aan de overzijde van de winkel lopen. De eerste maal om 01.03 uur. Dit betreft een man met een fors postuur, een baard en mogelijk langer haar in een staart, en een slanke man De tweede maal lopen beiden weer dezelfde route om 02.04 uur. Om 02.40 uur gooit een man een grote kei tegen de toegangsdeur waardoor het glas breekt. Ik zie dat meerdere personen door het schoppen en slaan tegen de vernielde ruit een opening creëren. Ik zie dat een persoon met een slank postuur als eerste de winkel binnen gaat. Ik zie dat een tweede persoon ook de winkel binnen klimt. Ik zie dat
hij een aantal tassen met zich draagt. De eerste persoon opent de vitrine. Hij trekt de aanwezige iPhone-doosjes naar zich toe en doet deze in een van de meegebrachte tassen. De tweede persoon loopt met de
voorhamer naar de aanwezige vitrines in de winkel en
vernielt de glazen deuren van deze kasten. Ik zie dat beide personen uit deze vitrines diverse apparatuur wegnemen en deze in de tassen doen.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2022, opgenomen op pagina 220 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de beelden is te zien dat de dader met een fors postuur twee shoppers met zich draagt waarvan hij er een op de balie in de winkel legt. Ook draagt hij een voorhamer met zich mee. Op de beelden is zichtbaar dat hij bij het verlaten van de winkel, vlak voordat hij bij het gat in de toegangsdeur is, de voorhamer laat vallen. Deze blijft dan in de winkel achter. De tas, welke later op de balie is aangetroffen en welke daar door deze dader is neergelegd, blijft eveneens in de winkel achter. Het postuur van de dader welke de moker verliest en de tas op de balie van de winkel heeft gelegd, komt overeen met de persoon van de voorverkenning.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 10 december 2021, opgenomen op pagina 229 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Ik heb de handvaten van de big shopper bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAPC7571NL.
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 12 augustus 2021, opgenomen op pagina 232 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik heb de gehele steel van de moker met behulp van een wattenstaafje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AANT4605NL.
16. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2021.08.19.087 (aanvraag 002), d.d. 3 november 2021 opgemaakt door C.J. van Dongen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring: