Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Standpunt van de officier van justitie
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 22 mei 2025 reed een 24-jarige verdachte in Stadskanaal op een fatbike waarvan aanvankelijk werd vastgesteld dat de trapondersteuning stopte bij 25 km/u. Tijdens een verkeerscontrole ontdekte de verbalisant dat de trapondersteuning eenvoudig kon worden verhoogd tot 50 km/u, waardoor het voertuig niet voldeed aan de wettelijke definitie van een fiets met trapondersteuning volgens de Wegenverkeerswet.
De kantonrechter oordeelde dat het technische vermogen van de fatbike om trapondersteuning boven 25 km/u te bieden betekent dat het voertuig een goedkeuring had moeten hebben, wat ontbrak. Het gebruik van dit niet-goedgekeurde voertuig op de openbare weg is strafbaar gesteld in artikel 32 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Verdachte voerde aan niet te weten dat de fatbike kon worden opgevoerd, maar dit was volgens de rechter niet relevant voor de beoordeling. De kantonrechter achtte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van 320 euro, waarvan 160 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de verkeersveiligheid, de technische kenmerken van het voertuig, het ontbreken van eerdere veroordelingen en de principiële keuze van het Openbaar Ministerie om direct tot dagvaarding over te gaan.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 320 euro waarvan 160 euro voorwaardelijk wegens het gebruik van een niet-goedgekeurde fatbike.