ECLI:NL:RBNNE:2025:5775
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende onderbouwing
De officier van justitie vorderde op 20 maart 2025 dat de rechtbank veroordeelde zou verplichten tot betaling van 14.000 euro als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een verklaring van de verdachte tijdens een politieverhoor. De behandeling vond plaats op 10 en 11 november 2025, met sluiting van het onderzoek op 25 november 2025.
De rechtbank overwoog dat het openbaar ministerie de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De enige onderbouwing bestond uit de verklaring van de verdachte zelf, zonder aanvullende rapportages of bewijsstukken. Er was geen duidelijkheid over de verrekening van gemaakte kosten of teruggegeven goederen.
Gezien het ontbreken van een ontnemingsrapport en de niet-betrokken vorderingen van benadeelde partijen bij de bepaling van het bedrag, kon de rechtbank niet vaststellen welk bedrag daadwerkelijk ontnomen moest worden. Daarom wees de rechtbank de vordering van het openbaar ministerie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende onderbouwing.