Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de kantonrechter van 11 december 2025
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
Inleiding
€ 189,00 (inclusief administratiekosten).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens rijden op het voetpad met een motorfiets op 14 maart 2024 in Assen. De boete bedroeg €189 inclusief administratiekosten. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde het beroep op 12 november 2025. Betrokkene voerde aan dat de boete disproportioneel hoog was en verzocht om terugdraaien van de sanctieverhogingen per 1 maart 2024. Ook werden de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de bewijsmiddelen betwist, en werd matiging gevraagd wegens schending van de redelijke termijn. De officier van justitie nam geen inhoudelijk standpunt in over de evenredigheid van de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de betwisting van de gedraging en bewijsmiddelen onvoldoende was om twijfel te zaaien over de overtreding. Uit een recent arrest van het hof bleek dat de sanctietariefverhogingen rechtmatig zijn. De boete van €180 werd als niet onevenredig beoordeeld, gezien de ernst van de overtreding en het gevaar voor de verkeersveiligheid. Een proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor rijden op het voetpad wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.