Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[betrokkene] (de betrokkene),
Inleiding
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
Ik, verbalisant, was op genoemde dag, datum en tijdstip in vrije tijd en in burger gekleed. (…) Ik zag dat hij 100 meter verderop aan de kant gezet werd door een persoon die hem vervolgens aansprak. Later hoorde ik van deze persoon dat hij de bestuurder aansprak op zijn rijgedrag aangezien er ook kleine kinderen zo de straat op konden lopen. Ik hoorde van deze persoon dat de bestuurder niet voor rede vatbaar was. Ik zag en hoorde nadat de bestuurder aangesproken was dat de bestuurder wederom met gierende banden wegreed. Ik heb de bestuurder niet aan kunnen spreken op zijn gedrag.” Hieruit blijkt voldoende dat de ambtenaar geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. Van belang is daarbij dat de verbalisant heeft verklaard dat hij de bestuurder niet heeft kunnen aanspreken.
Conclusie
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 219,00 (inclusief administratiekosten);
- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 113,38;
- stelt de hoogte van de dwangsom vast op € 1442,00 en bepaalt dat de officier van justitie dit bedrag aan betrokkene moet betalen.