ECLI:NL:RBNNE:2025:605
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuurlijke boete voor onveilige kindertransport op bromfiets
Betrokkene werd beboet voor het vervoeren van zijn zoontje van 3,5 jaar op een bromfiets op een onveilige en ondoelmatige wijze, namelijk door het kind voor zich te laten staan tussen hem en het stuur zonder helm. Betrokkene gaf aan dit te hebben gedaan om te voorkomen dat zijn kind in slaap zou vallen tijdens de rit, die plaatsvond op 20 januari 2023 te Leeuwarden.
De kantonrechter stelde vast dat de overtreding niet werd betwist, maar dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende aanleiding boden om de sanctie te matigen of te laten vervallen. Volgens artikel 58a RVV 1990 moeten kinderen jonger dan 8 jaar op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun worden vervoerd, en is het verboden dit anders te doen.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene zijn zoontje had moeten vervoeren in een kinderzitje met helm. Het feit dat betrokkene met lage snelheid reed of dat hij zijn kind wilde toespreken, rechtvaardigde de overtreding niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de opgelegde boete van €109,00 bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor onveilig kindertransport op de bromfiets wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.