ECLI:NL:RBNNE:2025:989
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen hoogte immateriële schadevergoeding mijnbouwschade
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen waarin hem een vergoeding van €1.500,- voor immateriële schade werd toegekend vanwege mijnbouwactiviteiten. De rechtbank beoordeelt of deze vergoeding redelijk en aanvaardbaar is, waarbij eiser stelt dat zijn gemaakte kosten hoger zijn en dat hij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van zijn buren.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser opgevoerde kosten betrekking hebben op materiële schade en daarom buiten de regeling voor immateriële schadevergoeding vallen. Bovendien heeft eiser deze kosten niet onderbouwd noch het causaal verband aangetoond. Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel stelt de rechtbank vast dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van 30 mei 2024 in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en het besluit van €1.500,- blijft in stand.