ECLI:NL:RBNNE:2026:100
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing taxatierapport onvoldoende
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2024, die was vastgesteld op € 513.000. Hij stelde dat de waarde niet hoger kon zijn dan € 469.000 en overlegde een taxatierapport ter onderbouwing. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en overlegde een waardematrix met vergelijkbare referentieobjecten.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog had vastgesteld en concludeerde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan. De gebruikte referentieobjecten waren goed vergelijkbaar en de toegepaste correctiefactoren voor kwaliteit, onderhoud en voorzieningen waren redelijk. Het taxatierapport van eiser bood onvoldoende inzicht in de waardering en de gehanteerde factoren.
De rechtbank wees erop dat in het belastingrecht de vrije bewijsleer geldt, waardoor de heffingsambtenaar vrij is in de keuze van referentieobjecten. De rechtbank volgde de heffingsambtenaar en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de beschikking in stand bleef en eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 513.000 wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.