ECLI:NL:RBNNE:2026:1082
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor reisdocument voor kind bij onduidelijk gezag
De vader verzoekt de kinderrechter om vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor zijn kind, omdat de moeder, die volgens de gemeente toestemming moet geven, niet bereikbaar is. De moeder heeft een onbekende woonplaats en de gezagsverhouding is onduidelijk door ontbrekende registratie in Nederland en buitenlandse documenten die wijzen op het gezag van de moeder.
De kinderrechter weegt het belang van het kind, dat een geldig identiteitsbewijs nodig heeft voor legitimatie in zorg, openbaar vervoer en contact met politie, en stelt dat dit belang voorop staat. Op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) wordt aangenomen dat de vader het gezag uitoefent, zodat hij bevoegd is het verzoek te doen.
De kinderrechter verleent daarom vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort of identiteitskaart, verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af. De moeder is niet verschenen ondanks oproeping. De beslissing is op 1 april 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter B.R. Tromp.
Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor het aanvragen van een reisdocument voor het kind ondanks onduidelijkheid over het gezag.