[eiser] vordert - na (voorwaardelijke) vermeerdering van eis - dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] veroordeelt tot betaling, wegens te late betaling, van de wettelijke verhoging van 50% van zijn brutoloon over de maand mei 2025, in totaal een bedrag van
€ 2.462,16;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van het achterstallige brutoloon over de maand juni 2025, vermeerderd met het over die maand correct te berekenen bedrag aan vakantiegeld, in totaal een bedrag van € 2.592,00 bruto, verminderd met het bruto equivalent van het netto reeds aan [eiser] betaalde bedrag van € 1.709,08, over te maken binnen één week na het in dezen te wijzen vonnis;
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het bruto equivalent van het over de maand juni 2025 te laat betaalde nettobedrag, alsook de wettelijke verhoging van het over de maand juli 2025 te laat betaalde bedrag;
IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de onder I., II. en III. gevorderde bedragen, onder aftrek van het bedrag dat reeds aan [eiser] is betaald;
V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de aan [eiser] nog toekomende vergoeding voor opgebouwde, maar niet opgenomen vakantiedagen, in totaal een bedrag van € 694,32, over te maken binnen één week na het in dezen te wijzen vonnis;
VI. voor zover [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van de bedragen zoals gevorderd bij (voorwaardelijke) eis in reconventie, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van het netto-equivalent van een bedrag van € 800,00 bruto, zijnde de bonus voor 2024, te voldoen binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis;
VII. [gedaagde] in de proceskosten veroordeelt, waaronder het salaris gemachtigde, rechtstreeks te betalen aan gemachtigde.