Op 22 november 2025 heeft verdachte op het balkon van de woning van het slachtoffer een stuk zwaar vuurwerk, vermoedelijk een Cobra 6, tot ontploffing gebracht. Dit veroorzaakte aanzienlijke schade aan de balkondeur en het raam, waarbij glasscherven in de woning terechtkwamen. Ten tijde van de explosie waren drie personen aanwezig in de woning, waaronder het slachtoffer.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de explosie heeft veroorzaakt, waarbij gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Het levensgevaar achtte de rechtbank niet bewezen, omdat dit niet voorzienbaar was volgens algemene ervaringsregels.
De rechtbank nam in haar oordeel mee dat er een langdurig conflict bestond tussen verdachte en het slachtoffer, en dat verdachte bekend was met de aanwezigheid van het slachtoffer in de woning. De reclassering rapporteerde over een belastende levensgeschiedenis van verdachte, met verslavingsproblematiek, maar ook over zijn bereidheid tot behandeling.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan de uitvoering werd opgeschort onder voorwaarden, waaronder een taakstraf van 240 uur, meldplicht bij de reclassering, behandeling voor verslaving en psychosociale problemen, verblijf in begeleid wonen, een contactverbod met het slachtoffer en controles op middelengebruik.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het gevaar voor de aanwezigen in de woning en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.