Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1185

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
18.290242.22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 55 SrArt. 57 SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor productie en handel in amfetamineolie en cocaïne met voorbereidingshandelingen

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 april 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het produceren, verkopen en vervoeren van amfetamineolie en cocaïne, alsmede aan voorbereidingshandelingen voor deze feiten. Verdachte speelde een leidende rol bij de productie van amfetamineolie en de opzet van drugslabs in meerdere plaatsen.

De zaak werd behandeld op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij verdachte afstand deed van bepaalde verdedigingsrechten en geen hoger beroep zou instellen bij een straf van circa 54 maanden gevangenisstraf. De rechtbank heeft deze afspraken getoetst aan de criteria van een eerlijk proces en vond dat verdachte vrijwillig en bewust instemde.

De rechtbank verklaarde een deel van de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Voor de overige feiten werd verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van verboden handelingen zoals bedoeld in de Opiumwet, waaronder productie, handel en voorbereidingshandelingen met betrekking tot amfetamineolie en cocaïne.

De strafmotivering benadrukte de ernst van de feiten, de schadelijke gevolgen voor volksgezondheid en milieu, en de lucratieve en georganiseerde aard van de drugshandel. De rechtbank achtte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en legde de overeengekomen straf van 54 maanden op, met aftrek van voorarrest.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf voor productie en handel in amfetamineolie en cocaïne met voorbereidingshandelingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.290242.22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda.
Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse. Het onderzoek ter terechtzitting is op 14 april 2026 gesloten.

Tenlastelegging

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat verdachte:
zich in de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (onder meer) het bereiden, verkopen en vervoeren van amfetamineolie;
zich in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van (onder meer) het bereiden, verkopen en vervoeren van amfetamineolie;
zich in de periode 1 juli 2020 tot en met 5 september 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 120 kilo cocaïne dan wel het verkopen en/of aanwezig hebben daarvan, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe;
zich in de periode van 1 februari 2020 tot en met 7 maart 2021 samen met anderen schuldig heeft gemaakt het verkopen en/of aanwezig hebben van 400 kilo cocaïne, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe;
zich in de periode 1 februari tot en met 28 februari 2021 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van het buiten het grondgebied van Nederland brengen van 10 kilo cocaïne en/of (onder meer) het bereiden en verkopen daarvan.

Procesafspraken

Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging zogeheten procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken hebben zij opgenomen in een overeenkomst gedateerd 16 februari 2026, die zij voorafgaand aan de inhoudelijke zitting, en voorzien van de handtekeningen van zowel de officier van justitie als die van verdachte en zijn raadsman, hebben overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
Het afdoeningsvoorstel houdt in dat:
  • het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten 1 tot en met 5 zoals weergegeven in de procesafspraken;
  • het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaren zal vorderen;
  • het Openbaar Ministerie ter terechtzitting de rechtbank zal verzoeken de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte niet op te heffen;
  • verdachte afziet van het indienen van nadere onderzoekswensen;
  • door verdachte geen bewijsverweren worden gevoerd;
  • verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen in zijn strafzaak;
  • verdachte afstand doet van het inbeslaggenomen goed: 1 STK Horloge (omschrijving: een onedel polshorloge merkvervalsing Rolex (G1587151));
  • verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
  • door de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep wordt ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken, in die zin dat niet meer of minder dan 5 maanden van de eis zal worden afgeweken.

Beoordeling van de procesafspraken door de rechtbank

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn raadsman aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 3 maart 2026, alwaar de inhoud van het afdoeningsvoorstel is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de overeenkomst en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank houdt immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen, met name de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering.
De officier van justitie, de raadsman en verdachte hebben ter zitting allen bevestigd achter het voorstel te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsman heeft besproken, dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is en dat hij achter de gemaakte afspraken staat. Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt - in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten - en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM Pro toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken bewezenverklaring gevorderd van feit 1, feit 2, feit 3 subsidiair, feit 4 primair en feit 5.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft - overeenkomstig de procesafspraken - geen bewijsverweren gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 3 primair ten laste gelegde nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen.
De rechtbank is verder van oordeel dat de bewezenverklaring zoals opgenomen in de procesafspraken is gebaseerd op de bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van de procesafspraken af te wijken.
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de bewijsmiddelen in het dossier. Als tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit vonnis, dat aan het verkort vonnis wordt gehecht.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1, feit 2, feit 3 subsidiair, feit 4 primair en feit 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. hij, in de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020, te Dedemsvaart en elders in Nederland, meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, heeft bereid, bewerkt, verwerkt,
verkocht, geleverd, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, en vervaardigd, (in een loods aan de [adres] te Dedemsvaart en elders),
  • een hoeveelheid amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
  • hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020, in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen van amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen, en
  • zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en
  • voorwerpen, stoffen, gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, opzettelijk
  • beveiligde en versleutelde en afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoons en berichtendienstverleningen en communicatiesoftware/accounts, aan te schaffen en te verstrekken en gebruik te maken, en
  • geschikte productielocaties voor synthetische drugs (hierna ook: drugslab) te (laten) zoeken en aandragen en beoordelen, te weten in Dedemsvaart en Veendam en Groningen en Assen en Ter Apel, en
ten aanzien van een productielocatie te Dedemsvaart (aan de [adres] ):
  • die locatie te (laten) huren, al dan niet via een derde/katvanger, en
  • die locatie te (laten) verbouwen/vertimmeren en voorzien van ketels en gasflessen en gasbranders en luchtafzuigers en jerrycans, maatbekers en emmers, en andere gereedschappen, materialen en hulpmiddelen, geschikt voor de productie van BenzylMethylKeton (hierna: BMK) en (uiteindelijk) amfetamineolie, en
  • de watertoevoer van die locatie te regelen, en
  • (aldus) daar een drugslab te (laten) bouwen, althans een stoomdestillatie-opstelling en smeltbakken- of omzettingsinstallatie om BMK en amfetamineolie te kunnen maken, en
  • hoeveelheden apaan en mierenzuur en caustic soda en andere chemicaliën of (chemische) (hulp)stoffen, bedoeld voor de productie van BMK en (ruwe) amfetamineolie, in te kopen en voorhanden te hebben en op te slaan, en te vervoeren naar dat drugslab (te Dedemsvaart) en elders, en
  • anderen ('koks' of laboranten) te (laten) benaderen om in dat drugslab te werken en die anderen aan te sturen en te betalen om die BMK en amfetamineolie daar te produceren, en
  • een hoeveelheid van die (aldus geproduceerde) BMK en amfetamineolie op te slaan of te laten opslaan, en
  • te overleggen over (de wijze van) het (laten) verwijderen/dumpen van het chemische afval van dat drugslab en het (laten) vervoeren van het chemische afval vanaf dat drugslab door anderen;
  • hij in de periode van 29 juli 2020 tot en met 5 september 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van een hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en, om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen, en
  • zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, opzettelijk
- gebruik te maken van beveiligde en versleutelde en afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoons en berichtendienstverleningen en communicatiesoftware/accounts en
een ander, te weten [medeverdachte] (chatnaam [chatnaam] '),
- te laten weten dat verdachte beschikte of (binnenkort) kon beschikken over een of meerdere blokken
(geperste) cocaïne, en
  • foto's te sturen van (middels koffers ingevoerde) cocaïne, en/of
  • aan te geven dat verdachte medewerking zou hebben van mensen bij de douane, en
  • een mooie/gunstige prijs te beloven voor de afname door die ander van een paar blokken cocaïne, en anderen te laten weten dat verdachte (voor een gunstige prijs) een hoeveelheid cocaïne zou kunnen verkopen en leveren, en (anderszins) over de (voorwaarden en afwikkeling van) verkoop en aflevering en vervoer van cocaïne te communiceren;
  • hij in de periode van 1 februari 2021 tot en met 7 maart 2021, in Nederland, meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
  • hij in de periode van 1 tot en met 28 februari 2021, in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen,
te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, en, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van (in totaal ongeveer) 10 kilo cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  • zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, opzettelijk
  • gebruik te maken van een of meer beveiligde en versleutelde en afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoons en berichtendienstverleningen en communicatiesoftware/accounts en (aldus) (een) ander(en):
  • te laten weten dat verdachte beschikte over een of meerdere blokken cocaïne, en
  • foto's te sturen van een (verpakte) hoeveelheid cocaïne, en
  • aan te geven dat verdachte voor een zekere prijs een hoeveelheid cocaïne zou kunnen verkopen en leveren, en
  • een ander te communiceren over de kwaliteit van de door verdachte aangeboden cocaïne en over de bestemming van de cocaïne, namelijk Berlijn en/of elders in Duitsland, en over de prijs per kilo/blok aangeboden cocaïne en (anderszins) te communiceren over de (voorwaarden en afwikkeling van) verkoop en aflevering en vervoer van cocaïne.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot de kwalificatie

Met betrekking tot de kwalificatie van de bewezenverklaarde feiten is de rechtbank van oordeel dat de feiten 1 en feit 2 gekwalificeerd kunnen worden als meermalen gepleegd. Ter terechtzitting van 3 maart 2026 heeft de officier van justitie kenbaar gemaakt dat het niet opnemen hiervan in de procesafspraken een kennelijke omissie is. Ook de verdediging heeft zich ter terechtzitting niet verzet tegen het als zodanig kwalificeren van de feiten 1 en feit 2.
Voorts merkt de rechtbank op dat er met betrekking tot de feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop voor wat betreft het gedeelte van de feiten waar er overlap is in de bewezenverklaarde periode.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op: ten aanzien van de feiten 1 en 2
de (gedeeltelijke) eendaadse samenloop van
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B, onder C en onder D van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
2. medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door
3. een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of
4. een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of
inlichtingen te verschaffen en
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te
verschaffen en
- voorwerpen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van
dat feit,
meermalen gepleegd.
Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5
3. subsidiair, medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door
4. een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of
5. een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of
inlichtingen te verschaffen en
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te
verschaffen en/
- voorwerpen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van
dat feit,
meermalen gepleegd
4. primair, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
5. medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door
6. zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te
verschaffen en
- voorwerpen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van
dat feit.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij het afdoeningsvoorstel zoals vastgelegd in de procesafspraken.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsadvies van 9 februari 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren en verkopen van amfetamineolie en het plegen van voorbereidingshandelingen voor het opzetten van verschillende labs voor de productie van amfetamineolie. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de verkoop van cocaïne en het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen voor de export daarvan naar Duitsland. Uit de chatgesprekken in het dossier blijkt dat verdachte, in ieder geval met betrekking tot de productie van amfetamineolie en de voorbereidingshandelingen daartoe, een leidende rol had ten opzichte van zijn medeverdachten. Verdachte kan door zijn handelen medeverantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Bovendien is de handel in harddrugs zeer lucratief en gaat de productie en de verkoop ervan vaak gepaard met andere vormen van zware, georganiseerde criminaliteit, waaronder ernstige vormen van geweld. Daar komt bij dat de chemicaliën en het afval van de productie van synthetische drugs doorgaans grote schade aan de natuur en het milieu veroorzaken. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs, met alle nadelige gevolgen van dien. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de voornoemde schadelijke gevolgen, maar heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin. De rechtbank rekent dit verdachte sterk aan.
Op te leggen straf
De rechtbank is van oordeel dat voor dergelijke feiten, mede gezien de oriëntatiepunten voor straftoemeting, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.
De rechtbank heeft zich beraden over het afdoeningsvoorstel zoals vastgelegd in de procesafspraken en heeft haar eigen afweging gemaakt bij de bepaling van de op te leggen straf. De rechtbank is van oordeel dat de voorgestelde straf in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten en legitiem is, omdat hiermee zowel het belang van verdachte als het belang van de maatschappij wordt geëerbiedigd. Daarbij heeft de rechtbank in strafmatigende zin meegewogen dat verdachte afstand heeft gedaan van verdedigingsrechten en heeft toegezegd niet in hoger beroep te gaan, zodat de strafrechtketen minder wordt belast. Ook is in strafmatigende zin rekening gehouden met het tijdsverloop. De rechtbank zal verdachte - in lijn met het afdoeningsvoorstel - een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel
ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 3 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1, onder feit 2, onder feit 3 subsidiair, onder feit 4 primair en het onder feit 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. A. Jongsma en mr. H. de Ruijter, rechters, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.
Mr. H. de Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

Tenlastelegging1.
hij, in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020, althans in of omstreeks 2020, te Oude Pekela en/of Groningen en/of Dedemsvaart en/of Venlo en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, geleverd, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig gehad (in een loods aan/nabij de [adres] te Dedemsvaart en/of elders),
-een (grote) hoeveelheid amfetamineolie, althans (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(olie), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(JM58)
2.
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020, althans in of omstreeks 2020, te Oude Pekela en/of Groningen en/of Dedemsvaart en/of Venlo en/of Veendam en/of Assen en/of Ter Apel en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk
bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van amfetamineolie, althans een materiaal bevattende amfetamine(olie), althans (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
  • zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk
  • (van) een of meer beveiligde en/of versleutelde en/of afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoon(s) en/of berichtendienstverlening(en) en/of communicatiesoftware/account(s), aan te schaffen en/of te verstrekken en/of gebruik te maken, en/of
  • een of meer (geschikte) productielocatie(s) voor synthetische drugs (hierna ook: drugslab) te (doen/laten) zoeken en/of aandragen en/of beoordelen, te weten in Dedemsvaart en/of Veendam en/of Groningen en/of Assen en/of Ter Apel, en/of,
ten aanzien van die/een productielocatie te Dedemsvaart (aan/nabij de [adres] ):
  • die locatie te (doen/laten) huren, al dan niet via een derde/katvanger, en/of
  • die locatie te (doen/laten) verbouwen/vertimmeren en/of voorzien van een of meer ketels en/of gasflessen en/of gasbranders en/of luchtafzuigers en/of jerrycans, maatbekers en/of emmers, en/of andere gereedschappen, materialen en/of hulpmiddelen, geschikt voor de productie van BenzylMethylKeton (hierna: BMK) en/of (uiteindelijk) amfetamineolie, althans dat/die voorwerpen en/of stoffen (daartoe) te regelen en/of aan te schaffen en/of te vervoeren, en/of
  • (ook) het water/de watertoevoer van die locatie te regelen, en/of
  • (aldus) daar een drugslab te (doen/laten) bouwen, althans een stoomdestillatie-opstelling en/of smeltbakken- of omzettingsinstallatie om BMK en/of amfetamineolie te kunnen maken, en/of
  • (grote) hoeveelheden apaan en/of mierenzuur en/of caustic soda en/of andere chemicaliën of (chemische) (hulp)stoffen, bedoeld voor de productie van BMK en/of (ruwe) amfetamineolie, in te kopen en/of voorhanden te hebben en/of op te slaan, en/of te vervoeren naar dat drugslab (te Dedemsvaart) en/of elders, en/of
  • een of meer anderen ('koks' of laboranten) te (doen/laten) benaderen om in dat drugslab te werken en/of die ander(en) aan te sturen en/of te betalen om die BMK en/of amfetamineolie daar te produceren, en/of
  • een (grote) hoeveelheid van die (aldus geproduceerde) BMK en/of amfetamineolie op te slaan of te doen/laten opslaan, en/of (tevens)
  • te overleggen over (de wijze van) het (doen/laten) verwijderen/dumpen van het chemische afval van dat drugslab en/of het (doen/laten) vervoeren van het chemische afval vanaf dat drugslab door (een) ander(en);
(JM58/JM58-01/3M58-02)
3
hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 5 september 2020 te Venlo en/of Oude Pekela en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, althans heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) aanwezig gehad
-(in totaal ongeveer) 120 kilo cocaïne, althans (telkens) een (grote) hoeveelheid cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
(3M129)
althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,
hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2020 tot en met 5 september 2020 te Venlo en/of Oude Pekela en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te tokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
  • zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk
  • gebruik te maken van een of meer beveiligde en/of versleutelde en/of afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoon(s) en/of berichtendienstverlening(en) en/of communicatiesoftware/account(s) en/of (aldus) een ander, te weten [medeverdachte] (chatnaam [chatnaam] '), althans een ander:
  • te laten weten dat verdachte beschikte of (binnenkort) kon beschikken over een of meerdere blokken (geperste) cocaïne, en/of
  • een of meer foto's te sturen van (middels koffers ingevoerde) cocaïne, althans van een (verpakte) hoeveelheid cocaïne, en/of
  • aan te geven dat verdachte medewerking zou hebben van mensen bij de douane, en/of
  • een mooie/gunstige prijs te beloven voor de afname door die ander van een paar stukken/blokken cocaïne, en/of (aldus)
  • (een) ander(en) te laten weten dat verdachte (voor een gunstige prijs) een (grote) hoeveelheid cocaïne zou kunnen verkopen en/of leveren, en/of (anderszins) over de (voorwaarden en/of afwikkeling van) verkoop en/of aflevering en/of vervoer van cocaïne te communiceren;
4
hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 7 maart 2021, althans van 6 september 2020 tot en met 7 maart 2021, te Venlo en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) aanwezig gehad
- (
(in totaal ongeveer) 400 kilo cocaïne, althans 250 kilo cocaïne, in elk geval 50 kilo cocaïne, althans (telkens) een (grote) hoeveelheid cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (JM129)
althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,
hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2021 tot en met 7 maart 2021, te Venlo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
  • zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk
  • gebruik te maken van een of meer beveiligde en/of versleutelde en/of afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoon(s) en/of berichtendienstverlening(en) en/of communicatiesoftware/account(s) en/of (aldus) (met) een of meer ander(en):
  • te laten weten dat verdachte beschikte over een of meerdere blokken cocaïne, en/of
  • een of meer foto's te sturen van een hoeveelheid (geperste en/of verpakte) cocaïne, en/of
  • aan te geven dat verdachte voor een zekere prijs een (grote) hoeveelheid cocaïne zou kunnen verkopen en/of leveren, en/of
  • te communiceren over (de controle van/op) de kwaliteit van de door verdachte aangeboden cocaïne en/of over de prijs per kilo/blok aangeboden cocaïne, en/of
  • (anderszins) te communiceren over de (voorwaarden en/of afwikkeling van) verkoop en/of aflevering en/of vervoer van cocaïne;
5.
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 28 februari 2021, te Venlo en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro 5 van de Opiumwet, en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (in totaal ongeveer) 10 kilo cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
  • een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
  • zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of
ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door, tezamen en In vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk
  • gebruik te maken van een of meer beveiligde en/of versleutelde en/of afgeschermde/heimelijke (mobiele) telefoon(s) en/of berichtendienstverlening(en) en/of communicatiesoftware/account(s) en/of (aldus) (een) ander(en):
  • te laten weten dat verdachte beschikte over een of meerdere blokken cocaïne, en/of
  • een of meer foto's te sturen van een (verpakte) hoeveelheid cocaïne, en/of
  • aan te geven dat verdachte voor een zekere prijs een (grote) hoeveelheid cocaïne zou kunnen verkopen en/of leveren, en/of
  • met (een) ander(en) te communiceren over de kwaliteit van de door verdachte aangeboden cocaïne en/of over de bestemming van de cocaïne, namelijk Berlijn en/of elders in Duitsland, en/of over de prijs per kilo/blok aangeboden cocaïne en/of (anderszins) te communiceren over de (voorwaarden en/of afwikkeling van) verkoop en/of aflevering en/of vervoer van cocaïne (>1129).