Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1239

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
18/276806-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 38m SrArt. 38n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

ISD-maatregel opgelegd aan veelpleger voor meerdere diefstallen van fietsen en acculaders

Verdachte werd beschuldigd van meerdere diefstallen van fietsen en acculaders in Groningen en Eindhoven in 2023 en 2025. De rechtbank sprak verdachte vrij van één feit wegens onvoldoende bewijs, maar achtte de overige feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer camerabeelden, verklaringen van slachtoffers en herkenning door opsporingsambtenaren.

Verdachte ontkende betrokkenheid, maar de rechtbank vond zijn verklaring ongeloofwaardig. Gezien zijn strafblad met meerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en eerdere ISD-maatregelen, en een reclasseringsrapport dat ernstige verslavings- en leefproblemen signaleerde, werd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar passend geacht.

De rechtbank wees schadevergoedingen toe aan één benadeelde partij en verklaarde andere vorderingen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan onderbouwing. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de opgelegde ISD-maatregel. Een inbeslaggenomen slijpmachine werd verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar voor meerdere diefstallen en vrijgesproken van één feit wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/276806-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 01/154722-23
vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/108646-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.Th. van Jaarsveld, advocaat te Groningen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
onder parketnummer 18/276806-25:
1
hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Groningen een fiets (merk: Gazelle), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
2
hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Groningen een fiets (merk: Gazelle), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3 primair
hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Groningen een of meer acculaders, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of
[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] / [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3 subsidiair
hij op of omstreeks 17 oktober 2025 te Groningen, een of meer acculaders, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
onder parketnummer 01/154722-23:
1
hij, op of omstreeks 20 maart 2023 te Eindhoven een (fiets)accu, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2
hij, op of omstreeks 20 maart 2023 te Eindhoven een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3
hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Eindhoven een (elektrische) fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] B.V., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
4
hij op of omstreeks 31 maart 2023 te Eindhoven een (elektrische) fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder parketnummer 18/276806-25 feit 2 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer 18/276806-25 feit 1 en 3 primair ten laste gelegde en voor de onder parketnummer 01/154722-23 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder parketnummer 18/276806-25 feit 2 ten laste gelegde, omdat de camerabeelden onvoldoende scherp zijn voor een herkenning van verdachte. Gelet op de ontkennende houding van verdachte heeft de raadsman eveneens verzocht om vrijspraak van de overige ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 feit 2:
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van het onder parketnummer 18/276806-25 feit 2 ten laste gelegde. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.
Veroordeling ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 feiten 1 en 3 primair:
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025282546 d.d. 24 oktober 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 17 oktober 2025 omstreeks 08:45 uur zette ik mijn Gazelle fiets (framenummer: [nummer] ) neer aan de [adres] te Groningen. Omstreeks 13.00 uur werd ik gebeld door de politie. De politie heeft mij in kennis gesteld dat mijn fiets mogelijk was gestolen. Toen ik ging kijken waar ik mijn fiets had neergezet vanmorgen stond hij niet meer op de plek. Ik heb mijn fiets teruggekregen en zie dat het slot niet meer werkend is.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 33 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :
Op 17 oktober 2025 omstreeks 07:50 uur zette ik mijn elektrische fiets aan de lader in de parkeergarage onder het [bedrijf 2] . Omstreeks 12:45 uur kwam ik terug in de parkeergarage en zag ik dat de acculader was verdwenen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 39 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
Op 17 oktober 2025 had ik mijn fiets in de fietsenkelder van het [bedrijf 2] staan. Om 07:45 uur heb ik hem daar gestald en toen ik rond 16:40 uur weer bij mijn fiets kwam, was mijn lader weg.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] :
De oplader van mijn elektrische fiets is gestolen uit de fietsenstalling van het [bedrijf 2] op 17 oktober 2025 tussen 08:00-16:30 uur.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] :
Op 17 oktober 2025 had ik mijn elektrische fiets in de fietsenkelder van het [bedrijf 2] staan aan de oplader. Toen ik om 16:00 uur naar mijn fiets liep was de oplader weg.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, opgenomen op pagina 47 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :
Terwijl ik op 17 oktober 2025 aan het werk was (van 7:00 uur tot 16:00 uur) bij het [bedrijf 2] is mijn acculader voor mijn elektrische flets gestolen uit de fietsenkelder.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 8] namens [slachtoffer 9] :
Op 17 oktober 2025 tussen 7:40 en 17:30 uur is in de fietsenkelder van het [bedrijf 2] de acculader van mijn elektrische fiets gestolen.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 10] :
Op 17 oktober 2025 omstreeks 07:25 uur had ik mijn e-bike in de fietsenstalling geparkeerd van het [bedrijf 2] . Ik had de oplader aangesloten. Omstreeks 16:30 uur zag ik dat de lader weg was.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 oktober 2025, opgenomen op pagina 87 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik bekeek de beelden van het [bedrijf 2] . Beeld 1: de ingang van het [bedrijf 2] . Tijdstempel: 17 oktober 2025 10:53 uur tot 11:15 uur. Ik zie twee beveiligers van het [bedrijf 2] . Ze houden een verdachte aan. De politie arriveert en neemt de verdachte over. Verdachte blijkt te zijn [verdachte] . Beeld 2: de ingang van het [bedrijf 2] . Tijdstempel: 17 oktober 2025 10:48 uur tot 10:55 uur. Ik herken de aangehouden verdachte. Ik zie hem op een elektrische fiets het terrein op fietsen. Beeld 3: toegangsdeur fietsenkelder. Tijdstempel: 17 oktober 2025 van 10:48 uur tot 10:55 uur. 10:50 uur. Ik herken de aangehouden verdachte. Ik zie hem de fietsenstalling binnenkomen met zijn fiets. 10:52:48 uur: ik zie dat verdachte meerdere blokken met kabels eraan vastheeft. Ik herken deze als opladers van fietsenaccu's.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op 17 oktober 2025 omstreeks 11:05 uur kwamen wij ter plaatse bij het [bedrijf 2] te Groningen. De beveiligers van het ziekenhuis verklaarden dat zij door collega's, die toezicht hielden op de beelden van de beveiligingscameras, werden geattendeerd op een persoon die diefstal aan het plegen was. Er werd gezien dat de verdachte accu's en een fiets aan het stelen was. De beveiligers verklaarden dat toen zij ter plaatse kwamen bij de fietsenstalling, zij de verdachte zagen. De beveiligers verklaarden dat de verdachte toen de fiets dumpte en ervandoor probeerde te gaan. De beveiligers konden de verdachte in de kraag vatten. Wij zagen dat de beveiligers ons de desbetreffende persoon aanwezen. Na controle stelden wij vast dat het ging om [verdachte] . Wij zagen dat er een fiets tegenover [verdachte] op de stoep stond. Wij hoorden dat de beveiligers zeiden dat zij [verdachte] op deze fiets hadden zien fietsen. Wij zagen dat het een damesmodel Gazelle fiets betrof. Wij zagen dat het slot van de fiets was doorgeslepen. Wij zagen dat er negen accu's in de fietstassen zaten.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2025, opgenomen op pagina 83 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
De verdachte had een fiets bij zich, waarvan het slot geforceerd was. Op de fiets zag ik een sticker van een fietsenbedrijf zitten. Ik heb telefonisch contact opgenomen met het bedrijf. Ik heb het framenummer [nummer] opgenoemd. Ik hoorde de medewerker zeggen dat de eigenaar van de fiets [naam 1] en partner [slachtoffer 1] betrof.
Overweging
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de fietsenstalling aanwezig was om drugs te gebruiken en niks te maken heeft met de gestolen fiets en acculaders. Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank deze verklaring van verdachte volstrekt ongeloofwaardig.
Veroordeling ten aanzien van parketnummer 01/154722-23 feiten 1 tot en met 4:
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 mei 2023, opgenomen op pagina 39 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL2100-2023100405 d.d. 11 mei 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 11] :
Proces-verbaalnummer: PL2100-2023063031-2. Plaats delict: [adres] ( [bedrijf 3] ). De accu van mijn elektrische fiets is op 20 maart 2023 gestolen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 mei 2023, opgenomen op pagina 8 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 12] :
Proces-verbaalnummer: PL2100-2023060836-2. Plaats delict: [adres] . Elektrische fiets op 20 maart 2023 gestolen uit de fietsenstalling van het [bedrijf 3] .
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 mei 2023, opgenomen op pagina 29 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] namens [bedrijf 1] B.V.:
Proces-verbaalnummer: PL2100-2023062420-2. Op 21 maart 2023 is mijn fiets gestolen bij de fietsenstalling van het [bedrijf 3] in Eindhoven.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 mei 2023, opgenomen op pagina 45 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 13] :
Proces-verbaalnummer: PL2100-2023069344-2. Plaats delict: [adres] . Op 31 maart 2023 is mijn fiets gestolen uit de fietsenstaling bij het [bedrijf 3] . Het kettingslot is met een slijptol opengemaakt.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2023, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik opende de camerabeelden van de fietsenstalling van het [bedrijf 3] van 20 maart 2023. Ik zag dat een persoon de fietsenstalling in fietste. Ik kan de persoon als volgt omschrijven: man, donker getint, blauwe broek met witte bedrukking op linker bovenbeen, donkere jas met capuchon op zijn hoofd, donkere handschoenen, donkere werkschoenen, zwarte rugzak met twee roodkleurige verticale strepen, aan de rugzak zit een oranje hanger. Ik zag dat de man zijn capuchon af had gedaan en een zwarte muts op had. Ik zag dat de man naar de fiets van aangifte PL2100-2023060836 liep, de fiets bij het stuur optilde en het kettingslot van het stuur af haalde. Ik zag dat de man een slijptol uit zijn rugzak haalde en deze tegen het slot van de fiets zette. Ik zag dat na enkele seconden een onderdeel van het slot van de fiets op de grond viel. Ik zag dat de man naar de fiets van aangifte PL2100-2023063031 liep. Ik zag dat de man met de schroevendraaier bezig was ter hoogte van de accu. Ik zag dat na enkele seconden de accu van de fiets viel. Ik zag dat de man de accu oppakte. Ik zag dat de man met de accu van aangifte PL2100-2023063031 terug naar de fiets van aangifte PL2100-2023060836 liep. Ik zag dat de man de accu in de fietstas deed en op de fiets ging zitten. Ik zag dat de man de fietsenstalling uit fietste.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2023, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik was belast met het uitkijken van camerabeelden van de diefstal van PL2100-2023062420 diefstal elektrische fiets. Ik zag dat de camera vrij zicht had op de fietsenstalling van het [bedrijf 3] d.d. 21 maart 2023. Ik zag dat een persoon de fietsenstalling in liep. Ik kan de persoon als volgt omschrijven: man, donker getint, blauwe broek met witte letter op linker bovenbeen, donkere jas met capuchon, donkere werkschoenen, zwarte pet op zijn hoofd, zwarte rugzak met twee roodkleurige verticale strepen, aan de rugzak zit een oranje hanger, donkere gezichtsbedekkende kleding van kaak tot onderkant neus. Ik herkende de man direct aan zijn uiterlijke kenmerken en kleding. Ik was namelijk ook belast met het uitkijken van camerabeelden van diverse diefstallen gepleegd op 20 maart 2023. De verdachte van die diefstallen voldoet volledig aan het signalement van de diefstal op 21 maart 2023. De verdachte had exact dezelfde kleding aan. Ik zag dat de man op de fiets van aangifte PL2100-2023062420 afliep. Ik zag dat de man een slijptol uit zijn rugzak pakte. Ik zag dat de man bukte en ter hoogte van het slot handelingen aan het verrichten was. Ik zag dat terwijl de man bij het slot bezig was er vonken van het slot kwamen. Deze vonken herken ik als vonken die ook zichtbaar zijn als je met een slijptol ijzer doorslijpt. Ik zag dat na enkele seconden een onderdeel van het slot op de grond viel. Ik zag dat de man op de fiets stapte en de fietsenstalling uit fietste.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2023, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik was belast met het uitkijken van camerabeelden van PL2100-2023069344 diefstal elektrische fiets. Ik zag dat de camera vrij zicht had op de fietsenstalling van het [bedrijf 3] d.d. 31 maart 2023. Ik zag dat de fiets van aangifte PL2100-2023069344 gestald stond. Ik zag dat een persoon de fietsenstalling in liep. Ik kan de persoon als volgt omschrijven: man, donker getint, grijskleurige baardgroei, donkere broek,
donkere jas met capuchon, donkere trui met capuchon over de pet, zwarte pet met witte flap, zwarte schoenen met witte zool, aan de zijkant van de zool loopt een verticale zwarte en een verticale rode streep, witte plastic tas in rechter hand. Ik zag dat de persoon naar de fiets van aangever liep. Ik zag dat de persoon ter hoogte van het slot ging staan en met iets bezig was. Ik zag dat er vanaf het ringslot vonken kwamen, waar de persoon bezig was. De vonken kan ik omschrijven als vonken die te zien zijn als met een slijptol metaal doorgeslepen wordt. Vervolgens zag ik dat de persoon bezig was met het kettingslot. Ik zag wederom dezelfde vonken als hiervoor omschreven van het kettingslot af komen, waar de persoon handelingen aan het verrichten was. Ik zag dat na enkele seconden het slot doorgeslepen was en een deel aan het fietsenrek bleef bungelen. Ik zag dat de persoon hierna bukte en wederom handelingen aan het verrichten was ter hoogte van het ringslot van de fiets. Ik zag wederom vonken uit de richting van het ringslot komen. Ik zag dat de persoon de slijptol in de fietstas deed, op de fiets ging zitten en de fietsenstalling uit fietste.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 29 maart 2023, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik, verbalisant [verbalisant] , verklaar het volgende. Ik kreeg via e-mail een aandachtvestiging. Daarin werd de herkenning van een persoon gevraagd. Verstrekte informatie: op 20-03-2023 is er een fietsendiefstal gepleegd bij het [bedrijf 3] , de verdachte staat vrij duidelijk op beeld en is te linken aan meerdere diefstallen op die locatie. De aandachtvestiging bevatte 3 foto's. De persoon op de fotos herken ik als [verdachte] . Ik ken de persoon dusdanig goed dat ik tijdens een recente staande houding minimaal 15 minuten in contact ben geweest met de persoon en de tijd heb gehad om zijn signalement te bestuderen. De laatste keer dat ik hem zag was op 19 maart 2023. Het contact duurde toen ongeveer 20 minuten. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Leeftijd, postuur, huidskleur, gezichtsvorm, houding, motoriek. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: stand van de ogen, wenkbrauwen, neus, mond en oren.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 20 april 2023, opgenomen op pagina 67 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik, verbalisant [verbalisant] , verklaar het volgende. Ik kreeg via e-mail een aandachtvestiging. Daarin werd de herkenning van een persoon gevraagd. Verstrekte informatie: op 31-03-2023 is er een fietsendiefstal gepleegd bij het [bedrijf 3] , de verdachte staat op beeld en is te linken aan meerdere diefstallen op die locatie. De aandachtvestiging bevatte 2 foto's. De persoon op de fotos herken ik als [verdachte] . Ik ken de persoon van een recente staande houding. Ik ken de persoon van diverse herkenningen die zijn opgemaakt naar aanleiding van gepleegde fietsendiefstallen. De laatste keer dat ik hem zag was op 19 maart 2023. Het contact duurde toen ongeveer 20 minuten. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken, namelijk: leeftijd, postuur, huidskleur, gezichtsvorm, gezichtsbeharing en houding. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: stand van de ogen, wenkbrauwen, neus, mond en oren, loopje. Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto's zag.
Overweging
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij weliswaar in 2023 in Eindhoven verbleef, maar dat hij niks met de diefstallen te maken heeft gehad. Op grond van de camerabeelden en de herkenning van verdachte door verbalisant [verbalisant] , die kort voor de diefstallen nog ongeveer 20 minuten contact heeft gehad met verdachte en verdachte direct herkent op de fotos, acht de rechtbank de diefstallen wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/276806-25 feit 1 en 3 primair ten laste gelegde en het onder parketnummer 01/154722-23 feiten 1 tot en met 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat
onder parketnummer 18/276806-25:
1
hij op 17 oktober 2025 te Groningen een fiets merk: Gazelle, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
3 primair
hij op 17 oktober 2025 te Groningen acculaders, die aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
onder parketnummer 01/154722-23:
1
hij op 20 maart 2023 te Eindhoven een fietsaccu, die aan [slachtoffer 11] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
2
hij op 20 maart 2023 te Eindhoven een elektrische fiets, die aan [slachtoffer 12] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
3
hij op 21 maart 2023 te Eindhoven een elektrische fiets, die aan [bedrijf 1] B.V. toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
4
hij op 31 maart 2023 te Eindhoven een elektrische fiets, die aan [slachtoffer 13] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op
ten aanzien van parketnummer 18/276806-25:
1. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
3.
primairdiefstal
ten aanzien van parketnummer 01/154722-23:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een voorwaardelijke ISD, met daarbij klinische behandeling als voorwaarde, en een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter overbrugging van plaatsing in een kliniek.
Oordeel van de rechtbank
Bij haar oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van de reclassering d.d. 19 januari 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen van elektrische fietsen en fietsaccus. Dit zijn vervelende feiten.
Verdachte heeft weinig respect getoond voor de eigendommen van anderen. Hij heeft met zijn handelen schade, overlast en ergernis bij de aangevers veroorzaakt en hun gevoel van veiligheid aangetast. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich hier niets van heeft aangetrokken en deze feiten bovendien ten stelligste blijft ontkennen.
De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten en hij drie keer eerder de ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen. De rechtbank heeft eveneens acht geslagen op het voornoemd reclasseringsrapport. De reclassering concludeert dat de feiten passen binnen het bestaande delictpatroon. Op vrijwel alle leefgebieden is sprake van structurele problematiek. Verdachte leeft vooral een dak- en thuisloos bestaan afgewisseld met periodes in detentie. Er is sprake van ernstige verslavingsproblematiek en mogelijke traumaproblematiek. Zijn verslavingsproblematiek hangt direct samen met zijn delictgedrag. De ingezette interventies van de afgelopen jaren zijn ontoereikend gebleken en hebben niet geleid tot stabilisatie van de leefgebieden. De risicos voor vermogenscriminaliteit zijn onverminderd hoog. Het perspectief op succesvolle begeleiding binnen een voorwaardelijk justitieel kader wordt als zeer beperkt beschouwd. Tijdens voorgaande ISD-trajecten heeft verdachte laten zien gebaat te zijn bij een duidelijke structuur met begeleiding waar hij direct op kan terugvallen. Het strikte kader van een ISD-maatregel wordt noodzakelijk geacht om recidive te beperken. Met deze maatregel wordt beoogd het uitzichtloze patroon van vastzitten, vrijkomen en terugvallen in middelengebruik, wat kenmerkend is bij de problematiek van verdachte, te doorbreken. De reclassering adviseert daarom de oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaren.
Tot slot heeft de rechtbank bij de strafbepaling rekening gehouden met het tijdsverloop van de feiten die zijn gepleegd in Eindhoven en de toepassing van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaren passend en geboden. Gelet op de justitiële documentatie en hetgeen is beschreven in het reclasseringsrapport ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan oplegging van de ISD-maatregel. Aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. De door verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan de feiten meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel veroordeeld, de feiten ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen, er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan en de veiligheid van goederen eist het opleggen van de maatregel. Gelet op de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers is de officier van justitie bevoegd tot het vorderen van de ISD-maatregel. Uit de justitiële documentatie blijkt dat er over een periode van vijf jaren voor meer dan tien misdrijven processen-verbaal tegen verdachte zijn opgemaakt. Het laatste misdrijf dateerde van 18 juni 2025. Dat maakt verdachte tot een “zeer actieve veelpleger” in de zin van voornoemde richtlijn.
De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij, de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek.
De rechtbank zal de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

Benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 feit 3 primair
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
[slachtoffer 6] , tot een bedrag van 39,50 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 3] , tot een onvermeld bedrag ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Ten aanzien van parketnummer 01/154722-23 feit 2
[slachtoffer 12] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 500,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Ten aanzien van parketnummer 01/154722-23 feit 4
[slachtoffer 13] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 600,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat er in de vordering geen bedrag wordt genoemd. De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet zijn onderbouwd, maar dat de rechtbank de vorderingen kan toewijzen door gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, wegens de bepleite vrijspraak. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat er in de vordering geen bedrag wordt genoemd. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] heeft de raadsman zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard wegens het onderbreken van een onderbouwing. Mocht de rechtbank ten aanzien van deze vorderingen gebruikmaken van haar schattingsbevoegdheid, dan doet de raadsman meer subsidiair het verzoek om de gevorderde bedragen te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/276806-25 feit 3 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 oktober 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3]
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, wegens het ontbreken van een bedrag in de vordering en wegens het ontbreken van een onderbouwing dat er sprake zou zijn van immateriële schade. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13]
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, wegens het ontbreken van een onderbouwing. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 22 april 2025 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1
maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 7 mei 2025. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 23 december 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de (resterende) voorwaardelijke straf.
Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten 1 en 3 primair onder parketnummer 18/276806-25 heeft begaan voor het einde van de proeftijd, kan de vordering in beginsel worden toegewezen. Gelet op de ISD-maatregel die aan verdachte wordt opgelegd, acht de rechtbank het toewijzen van de vordering echter niet opportuun. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging daarom afwijzen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een slijpmachine, vatbaar voor verbeurdverklaring nu de bewezen verklaarde feiten met dit voorwerp zijn begaan en het voorwerp toebehoort aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 38m, 38n, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/276806-25 feit 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder parketnummer 18/276806-25 feiten 1 en 3 primair en het onder parketnummer 01/154722-23 feiten 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
Vordering benadeelde partij
Ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 feit 3 primair
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 6] te betalen:
  • het bedrag van 39,50 (zegge: negenendertig euro en vijftig cent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat te betalen een bedrag van 39,50 (zegge: negenendertig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van parketnummer 18/276806-25 feit 3 primair
Verklaart de vordering van [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 3] haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van parketnummer 01/154722-23 feit 2
Verklaart de vordering van [slachtoffer 12] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 12] haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van parketnummer 01/154722-23 feit 4
Verklaart de vordering van [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 13] zijn eigen proceskosten draagt.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18.108646-25:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 22 april 2025.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen slijpmachine.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. G.C. Koelman en
mr. L.M. Praamstra, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2026.
Mrs. Van der Werff, Koelman en Peters zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.