Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1315

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11810579 BU VERZ 25-1601
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 85 Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Artikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op boete voor parkeren op trottoir ondanks gehandicaptenparkeerkaart

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens parkeren op het trottoir in Groningen, ondanks het zichtbaar plaatsen van een gehandicaptenparkeerkaart en blauwe parkeerschijf. Hij voerde aan dat hij vanwege een knieblessure niet anders kon parkeren en dat hij al jaren op die plek parkeert zonder boete.

De officier van justitie nam geen standpunt in. Tijdens de zitting verscheen betrokkene niet, maar de kantonrechter behandelde het beroep op basis van de ingediende stukken. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene geen zekerheid had gesteld, maar zette het te betalen bedrag op nul vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.

De kantonrechter oordeelde dat het parkeren op het trottoir niet is toegestaan, ook niet met een gehandicaptenparkeerkaart, omdat artikel 85 van Pro het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 dit niet als uitzondering noemt. Het feit dat betrokkene al jaren op die plek parkeert zonder boete was niet relevant. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op het trottoir wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269244195
zaaknummer: 11810579 BU VERZ 25-1601
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026
in de zaak van

[betrokenne] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 21 september 2024, om 21:40 uur, op het [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting aan de orde gesteld. Op verzoek van betrokkene heeft de rechtbank een tolk opgeroepen, maar betrokkene is zonder bericht niet verschenen. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
1.3.
Vervolgens heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat hij zijn auto tien minuten heeft geparkeerd op de pleeglocatie om iets op te halen bij een nabijgelegen winkel. Zowel de gehandicaptenparkeerkaart als de blauwe meterkaart lag zichtbaar achter de voorruit. Ook stelt betrokkene dat hij vanwege zijn knieblessure niet veel kan lopen, waardoor dit de enige plek was waar hij zijn auto kon parkeren. Tot slot voert hij aan dat hij zijn auto daar al jaren parkeert en nog nooit een boete heeft gekregen. Betrokkene heeft het voertuig naast de handhavingsauto geparkeerd omdat hij wist dat hij niets verkeerd deed.
3. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
Is er zekerheid betaald?
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. [1]
6. Betrokkene heeft verklaard dat hij een uitkering heeft en door persoonlijke omstandigheden een schuld heeft bij de belastingdienst.
7. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
8. Betrokkene ontkent niet dat hij heeft geparkeerd op een plaats waar een parkeerverbod geldt, maar stelt dat hij daar mocht parkeren, nu hij een gehandicaptenparkeerkaart en parkeerschijf achter de voorruit had geplaatst.
9. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. In Artikel 85, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 is bepaald in welke gevallen een parkeerverbod niet van toepassing is op een houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Van belang is dat parkeren op het trottoir in dit artikel niet wordt genoemd als uitzondering. Dat betekent dat, ook als je een zichtbare gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit hebt geplaatst, je nog steeds niet op een trottoir mag parkeren.
Is er aanleiding om de boete te matigen?
10. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Dat betrokkene al jaren op deze locatie parkeert en nooit een boete heeft gekregen acht hij niet relevant. Verbalisanten hebben een discretionaire bevoegdheid om in het ene geval een boete op te leggen en in het andere geval een waarschuwing te geven. [2]

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 11 van Pro de Wahv.
2.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6642, r.o. 7.