Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1362

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11791678 BU VERZ 25-1514
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens fietsen

Betrokkene kreeg een boete van €169 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 12 oktober 2024 in Heerenveen. Hij stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 19 februari 2026 voerde betrokkene aan dat hij de telefoon slechts kort vasthield om muziek uit te zetten en dat hij de telefoon niet had ontgrendeld. Tevens betwistte hij de bevoegdheid van de BOA die de boete oplegde en stelde dat een waarschuwing passender was gezien zijn blanco strafblad.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststond en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om de boete te matigen of te vernietigen. De BOA beschikte over algemene opsporingsbevoegdheid en was bevoegd de boete op te leggen. De kantonrechter kon niet oordelen over het ingediende WOO-verzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het fietsen wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats
Bestuursrecht Leeuwarden
beschikkingsnummer: 269959520
zaaknummer: 11791678 BU VERZ 25-1514
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 12 oktober 2024, om 11:02 uur, op de Jan Mankeslaan in Heerenveen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster mr. S. Bayram.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij zijn telefoon maar kort heeft vastgehouden om de muziek uit te zetten, en dat hij op dat moment zijn telefoon niet eens heeft ontgrendeld. Daarnaast stelt betrokkene dat de BOA niet bevoegd was om een verkeersboete uit te schrijven in Heerenveen. Betrokkene heeft een WOO-verzoek ingediend bij de gemeente, maar daarop heeft hij nog geen reactie ontvangen. Tot slot voert betrokkene aan dat een waarschuwing in dit geval een betere oplossing was geweest. Betrokkene heeft namelijk een blanco strafblad, en beschrijft zichzelf als een brave burger die nooit problemen opzoekt.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden, inhoudende dat hij de handeling ook op zijn horloge had kunnen doen waardoor er meer gevaar zou worden veroorzaakt en dat dat hij zijn telefoon niet heeft ontgrendeld, onvoldoende aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen.
7. Verder betwist betrokkene de bevoegdheid van de verbalisant. Volgens de kantonrechter geldt als uitgangspunt dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd daartoe bevoegd en bekwaam was, tenzij hetgeen betrokkene daaromtrent heeft aangevoerd daarover gerede twijfel doet ontstaan. Daarvan is in onderhavige zaak geen sprake. De beschikking is opgelegd door een BOA (verbalisant) met algemene opsporingsbevoegdheid en de BOA is daarom bevoegd om een beschikking in deze zaak op te leggen.
8. Verder hebben verbalisanten een discretionaire bevoegdheid om in het ene geval een boete op te leggen en in het andere geval een waarschuwing te geven. [1]
9. De kantonrechter kan in deze procedure niet oordelen over het WOO-verzoek dat betrokkene heeft ingediend. De kantonrechter kan enkel oordelen of de boete terecht is opgelegd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6642, r.o. 7.