Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1364

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11919709 BU VERZ 25-2150
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WegenverkeerswetWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen boete wegens hinderlijk parkeren scooter

Elveco Group B.V. kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het zo parkeren van een scooter dat gevaar of hinder op de weg werd veroorzaakt. De overtreding vond plaats op 27 januari 2025 op de Oostergrachtswal in Leeuwarden. De boete bedroeg €129,00 inclusief administratiekosten.

Betrokkene stelde dat er geen sprake was van gevaar of hinder, omdat de scooter tussen parkeervakken stond en er voldoende ruimte overbleef voor andere voertuigen. Ook werd aangevoerd dat de verbalisant een reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden door naar binnen te gaan bij de onderneming, en verzocht om proceskostenvergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat het voertuig zodanig stond dat het verkeer werd gehinderd, doordat de doorgang naar parkeervakken werd bemoeilijkt. De verklaring van de verbalisant was voldoende bewijs, en er waren geen concrete omstandigheden die twijfel opriepen. De kantonrechter stelde vast dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden, omdat het voertuig onbeheerd was en de verbalisant niet verplicht was naar binnen te gaan.

De boete werd niet gematigd of vernietigd en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens hinderlijk parkeren van een scooter wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271829303
zaaknummer: 11919709 BU VERZ 25-2150
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026
in de zaak van

Elveco Group B.V. (de betrokkene),

die is gevestigd in [plaats] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd.’, verricht op 27 januari 2025, om 17:10 uur, op de Oostergrachtswal in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er geen sprake was van gevaar of hinder, terwijl dit wel vereist is om artikel 5 Wegenverkeerswet Pro van toepassing te laten zijn. De scooter stond op de Oostergrachtswal tussen twee parkeervakken in, en dus niet in een parkeervak. Daardoor bleef er genoeg ruimte over voor auto’s om te parkeren. Dat er moeilijk kan worden geparkeerd en weg kan worden gereden komt niet door het voertuig van betrokkene. De te kleine parkeerplaats is geen probleem dat voor rekening van betrokkene hoort te komen, maar de gemeente zou voor grotere parkeervakken moeten zorgen. Daarnaast stelt gemachtigde dat de verbalisant een reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. De verbalisant had namelijk bij [onderneming] naar binnen kunnen lopen. Tot slot verzoekt gemachtigde om vergoeding van de proceskosten.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij stelt dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd, dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: meerdere malen gewaarschuwd. De (mogelijke) hinder bestond uit scooters [onderneming] geparkeerd tussen de geparkeerde motorvoertuigen in de blauwe zone. Bewoners met vergunningen hebben verschillende keren geklaagd dat ze last ondervinden om te parkeren en om weg te kunnen rijden. (…) De positie van het voertuig op de weg was als volgt: tussen de geparkeerde motorvoertuigen in een blauwe zone, de motorvoertuigen kunnen niet parkeren omdat de scooters daar staan geparkeerd. Meerdere malen met de manager van [onderneming] gesproken.”
7. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht en de overgelegde foto’s blijkt dat het voertuig van betrokkene op dusdanige manier stilstond dat het verkeer kon worden gehinderd. Deze hinder bestond eruit dat door het voertuig de doorgang van en naar de parkeervakken werd bemoeilijkt. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
8. Verder oordeelt de kantonrechter dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Het voertuig stond geparkeerd en er was niemand bij het voertuig aanwezig. Dat de scooter van [onderneming] voor de [onderneming] stond en dat de verbalisant naar binnen had kunnen gaan, betekent niet zonder meer dat er een reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. [1]
9. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5691, r.o. 4.