ECLI:NL:RBNNE:2026:141
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boetematiging bij naheffing motorrijtuigenbelasting wegens gebruik geschorst kenteken
Eiser was kentekenhouder van een BMW waarvan het kenteken geschorst was in twee periodes. Op 6 november 2024 werd vastgesteld dat de auto geparkeerd stond op een openbare parkeerplaats, wat gebruik van de openbare weg betekent tijdens schorsing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag MRB en een verzuimboete op. Eiser voerde aan dat de auto grotendeels op privéterrein stond en betwistte de hoogte van de aanslag en de boete.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en correct was vastgesteld, omdat het gebruik van de openbare weg tijdens schorsing de heffing rechtvaardigt en tegenbewijs over parkeren op privéterrein niet relevant is voor de aanslaghoogte. De verzuimboete werd wel terecht opgelegd, maar de rechtbank vond de hoogte niet passend gezien de omstandigheden, waaronder het eerste verzuim en het feit dat de auto een groot deel van de tijd op privéterrein stond.
De rechtbank matigde daarom de boete van €399 naar €100, vernietigde het bezwaarbesluit voor zover het de boete betrof, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.T.M. Hennevelt op 27 januari 2026.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt bevestigd, maar de verzuimboete wordt gematigd tot €100.