ECLI:NL:RBNNE:2026:1465
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding woning door mijnbouwactiviteiten buiten effectgebied
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor vergoeding van schade aan zijn tussenwoning uit 1997, gelegen aan een adres in Groningen, vanwege scheuren in de badkamer. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen heeft deze aanvraag afgewezen omdat de woning buiten het effectgebied ligt waar het bewijsvermoeden van toepassing is. Eiser stelde dat het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW wel toegepast moest worden en dat de gehanteerde trillingssnelheid van 1,81 mm/s onjuist was.
De rechtbank overweegt dat het Instituut het effectgebied baseert op een grens van 2 mm/s trillingssnelheid met een overschrijdingskans van 1%, en dat deze methode door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd. Het betoog van eiser over lokale amplificatie en opslingereffecten is onvoldoende concreet onderbouwd. Ook het argument dat in dezelfde wijk wel schade als mijnbouwschade is erkend, is niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is op de woning van eiser en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schade door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt. Het Instituut hoeft daarom geen verder onderzoek te doen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de woning buiten het effectgebied ligt en het bewijsvermoeden niet van toepassing is.