ECLI:NL:RBNNE:2026:1563
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- H. van der Werff
- H.C.L. Vreugdenhil
- S.R. Huisman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag na achtervolging en aanrijding fietser
Op 24 juli 2024 heeft verdachte na een verkeersincident het slachtoffer, een fietser, achtervolgd en met aanzienlijke snelheid tegen hem aangereden in een steeg in Stadskanaal. Het slachtoffer liep daarbij een gebroken sleutelbeen en rib op, evenals diverse schaafplekken.
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit van poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen, mede omdat verdachte het feit heeft bekend. De rechtbank concludeert dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, gezien de omstandigheden en het aanzienlijke snelheidsverschil tussen auto en fiets.
De verdediging voerde aan dat het voorwaardelijk opzet niet bewezen kon worden en dat er onvoldoende objectieve informatie was over de gevolgen voor het slachtoffer. Dit verweer werd verworpen.
De rechtbank houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn status als first offender en mantelzorger, en het CBR-rapport dat rijgeschiktheid bevestigt. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 12 maanden op zonder ontzegging van de rijbevoegdheid.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 4 mei 2026.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag na bewust aanrijden fietser.