De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 april 2026 uitspraak gedaan in de zaken LEE 26/1348 en LEE 26/1349 betreffende het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser tegen het huisverbod dat de burgemeester van Groningen aan hem heeft opgelegd.
Het huisverbod betreft de woning aan een adres te Groningen, waarbij eiser de woning onmiddellijk moest verlaten en deze niet mocht betreden tot 1 mei 2026, alsmede het verbod om contact op te nemen met het slachtoffer en de kinderen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld, waarbij ook een e-mail van het slachtoffer is betrokken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het incident van 20 april 2026 ernstig genoeg is voor het opleggen van het huisverbod. Het gaat om het voorkomen van ernstig en onmiddellijk gevaar en het creëren van een afkoelingsperiode. De burgemeester mocht het gevaar aannemen op basis van proces-verbalen van aanhouding, aangifte en verhoor, en het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld.
De politie constateerde bloedsporen bij het slachtoffer die overeenkomen met haar verklaring over mishandeling door eiser. Het slachtoffer ervaart veel stress en voelt zich niet veilig bij de aanwezigheid van eiser. De burgemeester heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid, mede omdat eiser een opvangplaats is aangeboden en contact met de kinderen onder begeleiding mogelijk blijft.
Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep tegen het beroep, maar niet tegen de voorlopige voorziening.