Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:165

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
11578804 BU VERZ 25-478
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren buiten parkeervak in parkeerschijfzone

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig buiten een aangewezen parkeervak in een parkeerschijfzone op 7 maart 2024 in Zuidhorn. Betrokkene stelde dat er afspraken waren gemaakt met wijkagenten over het parkeren van bezorgauto's, maar deze afspraken waren niet bekend bij het basisteam van de politie.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 14 januari 2026 werd vastgesteld dat betrokkene geen ontheffing had ten tijde van de overtreding en dat de aanvraag voor een ontheffing pas na de overtreding was ingediend.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en navraag bij politie en gemeente voldoende bewijs leverden dat de overtreding had plaatsgevonden. De betaling van de boete vond te laat plaats, maar dit had geen juridische gevolgen. De kantonrechter wees het beroep af en matigde de boete niet, omdat betrokkene niet vooraf een ontheffing had.

Tegen deze beslissing kan betrokkene binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor fout parkeren in een parkeerschijfzone wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264697971
zaaknummer: 11578804 BU VERZ 25-478

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van14 januari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (niet op zodanig aangeduide parkeerplaats/langs blauwe streep)’, verricht op 7 maart 2024, om 16:18 uur, op de Burgermeester Kruisingalaan in Zuidhorn, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Baltus.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft meerdere keren bezoek gekregen van wijkagenten sinds hij zijn restaurant heeft geopend. Hij kreeg een discussie over het parkeren van zijn bezorgauto’s. De agent stond toe dat één bezorgauto op het plein [adres] mag staan. Sinds dit bezoek heeft betrokkene zijn tweede bezorgauto aan [adres] gezet. Hij heeft de agenten meerdere keren gevraagd of dit was toegestaan. De agenten zeiden dat hij met een vergunning beide auto’s op het plein mag zetten, maar dat de tweede bezorgauto voor nu aan [adres] mag staan.
4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. Uit het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant blijkt dat de afspraken rondom het parkeren niet bekend zijn bij het basisteam van de politie. Daarnaast heeft betrokkene de ontheffing aangevraagd na de verkeersovertreding. Dit biedt geen aanleiding om de boete te matigen.
Overwegingen
Te laat zekerheid stellen
5. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene te laat de zekerheid heeft betaald. Betrokkene heeft op 8 maart 2025 een bedrag van € 129,00 betaald. De laatste dag om te betalen was 27 oktober 2024. Deze termijnoverschrijding levert geen problemen op en leidt niet tot juridische gevolgen. [1]
Inhoud van het beroep
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
7. De verbalisant verklaart in het aanvullend proces-verbaal dat hij navraag heeft gedaan bij de wijkagent van Zuidhorn en de coördinator verkeer van politie Westerkwartier. Beiden hebben aangegeven niet op de hoogte te zijn van gemaakte afspraken. Het basisteam van de ambtenaar is dus niet bekend met de door betrokkene genoemde afspraken. Verder heeft de ambtenaar navraag gedaan bij de gemeente Westerkwartier, waaruit blijkt dat betrokkene op 28 maart 2024 een verzoek heeft ingediend voor een ontheffing. Ten tijde van de overtreding had betrokkene dus geen ontheffing en liep er ook geen aanvraag. Betrokkene mocht daarom niet in een parkeerschijfzone buiten de aangewezen parkeervakken parkeren. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden, met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding is verricht. Ten slotte ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen, omdat betrokkene niet op voorhand maar na de overtreding de ontheffing heeft aangevraagd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
S.N. Noordenbos, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 21 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1294.