ECLI:NL:RBNNE:2026:167
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- A. van den Oever
- R. Baluah
- G.C. Koelman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor brandstichting in penitentiaire inrichting met gemeen gevaar voor goederen
Op 2 april 2024 stichtte verdachte brand in zijn cel in een penitentiaire inrichting door met een aansteker een gordijn aan te steken, waarna het vuur oversloeg op het dekbed en schade veroorzaakte aan muren en vloer. De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde brandstichtingsfeit wettig en overtuigend bewezen, mede door de duidelijke bekentenis van verdachte.
Verdachte gaf aan de brand te hebben gesticht als uiting van onvrede en een schreeuw om aandacht, maar erkende dat dit niet de juiste manier was. De rechtbank nam ook zijn persoonlijke omstandigheden mee, waaronder zijn eerdere veroordelingen, zijn positieve gedragsverandering, en zijn plannen voor een BBL-opleiding. Tegelijkertijd wees de reclassering op een hoog recidiverisico en onderliggende psychische problematiek.
Gezien de ernst van het feit en het gemeen gevaar voor goederen, maar ook de prille positieve ontwikkeling van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uren op. Bij niet-nakoming geldt vervangende hechtenis van 100 dagen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uren wegens brandstichting met gemeen gevaar voor goederen.