Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het (verdere) verloop van de procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 4 mei 2026;
- de beschikking van deze rechtbank van 7 mei 2026.
2.De feiten
3.De beoordeling
"acute buik" en de vermoedelijke darmperforatie, in belangrijke mate het gevolg is van dit patroon van mishandeling en verwaarlozing. Het gevonden klinische beeld past bij ernstige schade door chronische ondervoeding en lichamelijke uitputting in combinatie met een acute ontregeling van buik en circulatie. Dat vindt ook zijn bevestiging in wat de moeder aan de (kinder)rechter heeft verteld over wat er aan de ziekenhuisopname vooraf is gegaan.
- De schorsing van beide ouders in het gezag leidt tot een voorlopige voogdijmaatregel die maximaal drie maanden kan duren. De schorsing is ingegaan op 7 mei 2026 en eindigt daarom, voor zover die niet eerder door de (kinder)rechter wordt beëindigd, op 7 augustus 2026. Wanneer de Raad meent dat de schorsing langer moet duren, dient hij voor 7 augustus 2026 een definitieve voorziening in het gezag te verzoeken.
- Wanneer dat verzoek niet wordt gedaan en de (kinder)rechter de schorsing niet eerder beëindigt, eindigt de schorsing van rechtswege op 7 augustus 2026. Als ook nadien kinderbeschermingsmaatregelen moeten worden genomen, dient voor die tijd de definitieve ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te worden verzocht.
- De schorsing van de moeder in het gezag betekent dat de vader op dit moment alleen het gezag over [kind 1] uitoefent. De uitoefening van zijn gezag wordt beperkt door de voorlopige ondertoezichtstelling van [kind 1] , die eindigt op 16 juni 2026.
- Wanneer ook na 16 juni 2026 een kinderbeschermingsmaatregel nodig is, dient voor het einde van deze termijn een daarop gericht verzoek te worden gedaan.