Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1753

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
C/17/201186 / HA ZA 25-148
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 huurovereenkomstArt. 706 RvArt. 3:307 lid 1 BWArt. 3:317 lid 1 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt koopoptie op vijf kadastrale percelen bedrijfspand

Sparq en Prosperity sloten een huurovereenkomst voor een bedrijfspand met bijbehorend terrein, inclusief een koopoptie voor de gehuurde percelen. Sparq stelt dat het gehuurde uit vijf percelen bestaat, terwijl Prosperity slechts drie percelen erkent. Sparq vordert dat Prosperity meewerkt aan levering van alle vijf percelen. Daarnaast vordert Prosperity betaling van twee facturen, welke Sparq betwist wegens verjaring.

De rechtbank beoordeelt de uitleg van de huurovereenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf en concludeert dat Sparq redelijkerwijs mocht aannemen dat ook de percelen aan de achterzijde van het pand (waaronder de kapschuur is gebouwd) tot het gehuurde behoren. Dit blijkt uit de onderhandelingen, e-mailcorrespondentie, de situatieschets en het feit dat Prosperity het terrein heeft verhard en omheind, ook toen zij nog geen eigenaar was van die percelen.

De vordering van Sparq tot levering van alle vijf percelen wordt toegewezen, inclusief een dwangsom bij niet-naleving. De vordering van Prosperity tot betaling van de facturen wordt afgewezen omdat de verjaringstermijn is verstreken en de stuitingshandeling niet tijdig was. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Prosperity tot levering van vijf kadastrale percelen en wijst de vordering tot betaling van facturen af wegens verjaring.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: C/17/201186 / HA ZA 25-148
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
SPARQ B.V.,
te Heerenveen,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Sparq,
advocaat: mr. R.J. Duursma,
tegen
PROSPERITY FE B.V.,
te Heerenveen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Prosperity,
advocaat: thans mr. B.J. van Popta.

1.De kern van de zaak

Sparq en Prosperity hebben een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een bedrijfspand met bijbehorend terrein. Sparq heeft op grond van deze overeenkomst het recht om een koopoptie in te roepen met betrekking tot de percelen die zij van Prosperity huurt. Zij heeft van dat recht gebruik gemaakt. Volgens Sparq gaat het hierbij om vijf kadastrale percelen, maar volgens Prosperity huurt Sparq slechts drie van die vijf percelen. Zij weigert daarom medewerking aan de levering van de vijf percelen. Sparq vordert in deze procedure dat Prosperity wordt veroordeeld om mee te werken aan de levering van de vijf percelen. Prosperity heeft ook een vordering ingesteld en wil dat Sparq twee facturen van haar betaalt. Volgens Sparq is die vordering verjaard. De rechtbank zal de vordering van Sparq toewijzen en die van Prosperity afwijzen en legt hierna uit waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 november 2025
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende voorwaardelijke vermeerdering van eis
- een aanvullende productie van de zijde van Sparq
- de onttrekking van de vorige advocaat van Prosperity
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 maart 2026.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald. Vervolgens heeft mr. Van Popta zich gesteld voor Prosperity.

3.De feiten

3.1.
Sparq drijft een onderneming op het gebied van onder andere het maken van glazen balustrades.
3.2.
Prosperity oefent holdingactiviteiten uit.
3.3.
Partijen zijn in september 2019 in overleg getreden over het huren van een bedrijfspand met bijbehorende grond aan [adres] , met Prosperity als verhuurder en Sparq als huurder. Het pand was toen nog in aanbouw en werd door Prosperity zelf gebouwd.
3.4.
Per e-mail van 16 september 2019 heeft Sparq - voor zover hier van belang - het volgende aan Prosperity laten weten:
Om de locatie binnen en buiten voor ons bruikbaar te maken is in ieder geval het volgende
noodzakelijk:
 Bijbouwen van een stuk loods van 15xl5m;
 Beschikbaarheid van de gehele punt grond rechts van het pand als buitenterrein;
 Buitenterrein verhard (belastbaar);
 Terrein manshoog omheind;
(…)
Zie ook bijgevoegde tekening.
3.5.
Prosperity heeft hierop per e-mail van dezelfde dag - voor zover hier van belang - als volgt gereageerd:
Wat betreft jullie wensen het volgende;
Het pand kan aan de korte zijde worden uitgebreid met 10 m1 waardoor de hal 700 m2 groot zal worden.
De punt grond aan de rechterzijde, de kant van de sloot is in zijn geheel beschikbaar
en eventueel van bestrating voorzien.
Het overige terrein zal worden verhard.
Het terrein zal worden omheind echter aan de voorzijde zijn er restricties vanuit de
gemeente.
3.6.
Per e-mail van 17 september 2019 heeft Sparq onder meer aan Prosperity kenbaar gemaakt:
Wij hadden van [naam] begrepen dat juist aan die kant niet uitgebouwd zou kunnen worden, dit maakt eea echter wel aanzienlijk praktischer. Om zeker te weten dat we over dezelfde inrichting spreken bijgaand een schetsje toegevoegd. In dat geval zou qua buitenterrein geheel verhard een diepte van 18m uit de lange gevel in principe voldoende moeten zijn. De gehele punt is dan niet nodig.
Bij de e-mail is de volgende tekening (verder: de situatieschets) gevoegd, waarop door Sparq met potlood toevoegingen zijn aangebracht:
3.7.
Per e-mail van 8 oktober 2019 heeft Sparq de tussen partijen gemaakte afspraken bevestigd aan Prosperity. Voor zover van belang heeft zij aan Prosperity geschreven:
(…)
Samenvatting gemaakte afspraken
 Basispand en extra aanpassingen conform opstelling (…) en eerder besproken situatieschets (positie kapschuur ntb, bij voorkeur tegen zijgevel);
(…)
 Per 30-6-2026 optie tot koop van het pand en bijbehorende grond voor
€ 500.000,00 (prijsvast) excl. btw
3.8.
Partijen hebben op 11 november 2019 een huurovereenkomst gesloten voor de duur van 6 jaar en 6 maanden, met ingang van 1 januari 2020. De overeenkomst is opgesteld door een medewerker van een advocatenkantoor. In de huurovereenkomst zijn - voor zover hier van belang - de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 1: Het Pro gehuurde, bestemming en gebruik, staat van ontvangst
1.1
De huurovereenkomst heeft betrekking op de bedrijfsruimte met aan- en toebehoren, plaatselijk bekend [adres] en kadastraal bekend gemeente Heerenveen, [sectie] , deels nr. [nummer 1] en deels [nummer 2] (deels) groot circa 1820 m². Het gehuurde is nader aangeduid op de aan de huurovereenkomst gehechte en door partijen gewaarmerkte tekening en/of omschrijving van het gehuurde, welke tekening en/of omschrijving deel uitmaakt van de huurovereenkomst (bijlage 1).
(…)
Artikel 15: Koopoptie Pro
15.1
Verhuurder verleent hierbij aan huurder, gelijk huurder hierbij van verhuurder
aanvaardt, het recht om het gehuurde van haar te kopen. De koopprijs is vastgesteld
op een bedrag € 500.000,- k.k. excl. btw., welk bedrag niet is onderworpen aan
indexatie.
15.2
Huurder kan dit recht ex art. 15.1 voor het eerst inroepen per 1 juli 2026. De
voorwaarden van de koopoptie zijn gelijk aan het bepaalde in de akte van levering
inzake het gehuurde.
De situatieschets is als bijlage bij de huurovereenkomst gevoegd.
3.9.
Ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst was Prosperity geen eigenaar van de kadastrale percelen, die later zijn vernummerd tot de percelen kadastraal bekend gemeente [sectie] , nummers [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] . De eigendom hiervan berustte toen bij de gemeente Heerenveen.
3.10.
De in de huurovereenkomst aangeduide percelen gemeente Heerenveen, [sectie] , nummer [nummer 1] en [nummer 2] (hierna: [nummer 1] en [nummer 2] ) zijn na het sluiten van de huurovereenkomst vernummerd en bestaan als zodanig niet meer. Perceel [nummer 1] is mede vernummerd tot de percelen kadastraal bekend gemeente [sectie] , nummer [nummer 7] , [nummer 3] en [nummer 4] (hierna: [nummer 7] , [nummer 3] en [nummer 4] ). Perceel [nummer 2] is mede vernummerd tot de percelen kadastraal bekend gemeente [sectie] , nummer [nummer 6] en [nummer 5] (hierna: [nummer 6] en [nummer 5] ).
3.11.
Op 15 november 2019 heeft Prosperity de eigendom verkregen van het kadastrale perceel [nummer 3] .
3.12.
In 2020 heeft Prosperity conform afspraak het bedrijfsterrein verhard, bestraat en omheind. De kapschuur is uiteindelijk (grotendeels) door Sparq zelf gebouwd, nadat Prosperity de poeren daarvoor had geplaatst.
3.13.
Op enig moment heeft Prosperity facturen naar Sparq verstuurd voor werkzaamheden die zij voor Sparq heeft uitgevoerd. Het gaat om facturen van € 5.991,56 en € 3.413,41 (inclusief btw). Op 14 mei 2020 zijn deze facturen opnieuw verstuurd, waarbij is vermeld dat de vervaldatum 21 mei 2020 is. Sparq heeft deze facturen niet betaald.
3.14.
Op 31 maart 2021 is Prosperity ook eigenaar geworden van de percelen [nummer 4] en [nummer 5] .
3.15.
In een e-mail van 26 juli 2022 heeft Prosperity onder meer aan Sparq geschreven:
Tevens wil ik graag met jou nog een paar zaken bespreken waarvoor ik graag een afspraak wil maken;
-1 De openstaande facturen van 2020 (20-007 en 20-008 d.d. 14 -05-2020)
(…)
3.16.
Per e-mail van 22 december 2022 aan Sparq heeft Prosperity kenbaar gemaakt dat zij vanaf 1 januari 2023 een huur van € 800,00 per maand exclusief btw in rekening wil brengen voor het terrein aan de achterzijde van het bedrijfspand (de percelen [nummer 4] en [nummer 5] ). Sparq heeft hierop per e-mail van 23 december 2023 laten weten zich er niet van bewust te zijn meer grond te gebruiken dan ze huurt en het contract hierop te zullen nakijken. Sparq heeft vervolgens te kennen gegeven dat het standpunt van Prosperity met betrekking tot een huurverhoging volgens haar niet juist is. Prosperity heeft daar niet meer op gereageerd.
3.17.
Sparq heeft bij brief van 24 april 2025 de koopoptie uit artikel 15 van Pro de huurovereenkomst ingeroepen. In die brief heeft Sparq gesteld dat het gehuurde uit vijf kadastrale percelen bestaat, te weten: [nummer 7] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 6] en [nummer 5] .
3.18.
Prosperity heeft per brief van haar toenmalige advocaat van 21 mei 2025 aangegeven dat de koopoptie zich niet mede uitstrekt tot de percelen [nummer 4] en [nummer 5] . In deze brief is Sparq ook gewezen op de twee nog openstaande nota’s.
3.19.
Op 4 juli 2025 heeft Sparq, na daartoe op 3 juli 2025 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, conservatoir beslag tot levering doen leggen op de vijf percelen die volgens haar onder het gehuurde vallen, ten laste van Prosperity.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
Sparq vordert - na voorwaardelijke vermeerdering van eis - om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Prosperity te veroordelen tot medewerking aan de levering van de onroerende zaken kadastraal bekend als gemeente [sectie] , nummers [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 3] ,
[nummer 4] en [nummer 5] binnen acht (8) weken na 1 juli 2026, althans - als het vonnis na die
termijn wordt gewezen - binnen twee (2) weken na het in dezen te wijzen vonnis en
wel onder verbeurte van een dwangsom van € 20.000,- voor elke dag, een gedeelte
van een dag daaronder begrepen, dat Prosperity haar medewerking aan die veroordeling niet verleend, tot een maximum van € 600.000,-;
II. onder de voorwaarde dat de rechtbank de vordering van Prosperity in reconventie toewijsbaar acht, Prosperity te veroordelen tot betaling van € 13.719,99 alsook betaling van € 2.000,-;
III. Prosperity te veroordelen in de kosten van het geding, de beslagkosten daaronder begrepen, te voldoen binnen vijftien (15) dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en - voor het geval voldoening van de proces- en beslagkosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen vijftien (15) dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele voldoening.
4.2.
Prosperity voert verweer. Prosperity concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sparq, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Sparq in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.4.
Prosperity vordert om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. Sparq te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 9.404,97, te vermeerderen
met de wettelijke handelsrente daarover, vanaf 21 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. Sparq te veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de
nakosten in het geval Sparq niet binnen 15 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis voldoet, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele voldoening.
4.5.
Sparq voert verweer. Sparq concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Prosperity, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Prosperity in de kosten van deze procedure.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie
5.1.
Tussen partijen is in geschil uit welke kadastrale percelen het gehuurde bestaat en, daaruit voortvloeiend, op welke percelen de in artikel 15 van Pro de huurovereenkomst opgenomen koopoptie ziet.
5.2.
Sparq stelt dat het gehuurde bestaat uit vijf percelen, te weten [nummer 7] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 6] en [nummer 5] , die zij al vanaf de aanvang van de huurovereenkomst van Prosperity huurt. Volgens Sparq ziet de koopoptie dan ook op deze vijf percelen. Sparq stelt dat er in de overleggen voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst duidelijk is besproken dat zij behoefte had aan een buitenterrein rondom het bedrijfspand met een kapschuur, zodat zij haar voorraden kwijt kon. Prosperity heeft hiermee ingestemd. Dit blijkt uit het e-mailverkeer tussen partijen en is ook tot uitdrukking gekomen in de situatieschets, zoals die door partijen in gezamenlijk overleg voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst is vastgesteld. Daarbij ging het niet alleen om perceel [nummer 3] waarop de uitbouw van het bedrijfspand is gerealiseerd, maar ook om het terrein aan de achterzijde van het pand (percelen [nummer 4] en [nummer 5] ) [1] . Sparq heeft er daarbij op gewezen dat de kapschuur op de situatieschets aanvankelijk al was ingetekend rechts bovenin perceel [nummer 4] en uiteindelijk ook grotendeels op dat perceel is geplaatst, maar dan tegen de achtergevel van het pand aan. Volgens Prosperity was dat geen probleem. Het was Sparq tijdens de onderhandelingen weliswaar bekend dat Prosperity nog geen eigenaar was van [nummer 4] en [nummer 5] , maar zij ging er vanuit dat Prosperity dat zou regelen omdat zij had toegezegd dat deze percelen ook beschikbaar waren voor Sparq. Verder heeft Sparq erop gewezen dat Prosperity na het sluiten van de huurovereenkomst het gehele terrein (dus inclusief percelen [nummer 4] en [nummer 5] ) heeft omheind, verhard en bestraat op een moment dat zij nog geen eigenaar van [nummer 4] en [nummer 5] was. Kortom, het huurgenot van het gehele terrein is aan Sparq verschaft. Toen Prosperity desondanks extra huur in rekening wilde brengen in verband met de huur van de percelen [nummer 4] en [nummer 5] heeft Sparq geweigerd daaraan mee te werken en vervolgens heeft Prosperity daar niet meer op aangedrongen. De overeenstemming over de omvang van het gehuurde - en daarmee over de inhoud van het koopoptierecht - volgt daarom niet alleen uit de inhoud van de contacten voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst, maar ook uit het gedrag van Prosperity daarna. Prosperity is daarom verplicht om alle percelen conform het door Sparq ingeroepen koopoptierecht aan haar te leveren, aldus nog steeds Sparq.
5.3.
Prosperity betwist dat de percelen [nummer 4] en [nummer 5] tot het gehuurde behoren en daardoor onder het bereik van de koopoptie vallen. Volgens Prosperity bestaat het gehuurde slechts uit drie kadastrale percelen ( [nummer 7] , [nummer 3] en [nummer 6] ) met een omvang van in totaal 1.981 m² [2] . De oppervlakte van de twee kadastrale percelen die volgens Sparq ook onder het gehuurde vallen bedraagt 654 m². Dit leidt in totaal tot een veel grotere oppervlakte dan vermeld in de huurovereenkomst, zodat wel duidelijk is dat de percelen [nummer 4] en [nummer 5] niet onder het gehuurde vallen. De huurprijs en de koopsom zijn ook alleen gebaseerd op de waarde van de hiervoor bedoelde drie percelen. Sparq kon ook alleen die drie percelen verhuren, want zij kon geen grond verhuren waarvan zij ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst nog geen eigenaar was en waarvan op dat moment ook nog niet bekend was of en wanneer zij deze grond in eigendom kon verkrijgen. Zij vond dit zo vanzelfsprekend dat zij hieraan bij de onderhandelingen geen verdere aandacht heeft besteed. Prosperity verwijst ter onderbouwing van haar standpunten verder naar de situatieschets, waarop de erfgrenzen zijn aangegeven. Daaruit volgt ook de begrenzing van het gehuurde oppervlak, aldus Prosperity.
5.4.
De rechtbank stelt voorop dat het feit dat Prosperity ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst nog geen eigenaar was van de percelen [nummer 4] en [nummer 5] , er niet aan in de weg stond om deze percelen aan Sparq te kunnen verhuren. Eigendom is namelijk geen vereiste voor verhuur en de gemeente heeft zich kennelijk niet bij Prosperity en/of Sparq verzet tegen het gebruik van deze percelen door Sparq toen zij nog eigenaar was. [3]
5.5.
Nu partijen van mening verschillen over de uitleg van het gehuurde in artikel 1 van Pro de huurovereenkomst en, daarmee samenhangend, over de uitleg van de koopoptie in artikel 15 van Pro die overeenkomst, moet de rechtbank deze bepalingen uitleggen aan de hand van de Haviltex-maatstaf. [4] Daaruit volgt dat voor de uitleg van een overeenkomst niet alleen een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen in de overeenkomst van belang is. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, dit in het licht van alle omstandigheden van het geval.
5.6.
De rechtbank is van oordeel dat Sparq in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat ook de percelen [nummer 4] en [nummer 5] , aan de achterzijde van het bedrijfspand (bezien vanaf de ingang aan de Icarus), deel uitmaakten van het gehuurde. Direct aan het begin van de onderhandelingen heeft Sparq al duidelijk gemaakt aan Prosperity dat zij ‘de gehele punt grond rechts van het pand als buitenterrein’ wilde huren (dat is de achterkant van het bedrijfsterrein ofwel [nummer 4] en [nummer 5] ). Prosperity heeft daarop geantwoord dat die punt ‘in zijn geheel beschikbaar (is) en eventueel van bestrating kan worden voorzien’ [5] . Prosperity heeft daarbij geen enkel voorbehoud met betrekking tot de eigendomssituatie gemaakt. Dat is ook niet op enigerlei wijze in de huurovereenkomst gebeurd, terwijl deze overeenkomst in opdracht van Prosperity door een advocatenkantoor is opgesteld. Verder is van belang dat al voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst tussen partijen afspraken zijn gemaakt over de inrichting van deze percelen, te weten het bestraten en omheinen daarvan en het realiseren van een kapschuur (gedeeltelijk) op perceel [nummer 4] . Deze afspraken zijn na het sluiten van de huurovereenkomst ook daadwerkelijk (en deels door Prosperity) uitgevoerd, in een periode waarin Prosperity nog geen eigenaar was van de betreffende percelen.
5.7.
De bij de huurovereenkomst gevoegde situatieschets waarnaar Prosperity ter onderbouwing van haar standpunt heeft gewezen, leidt niet tot een ander oordeel. Op die tekening zijn de erfgrenzen van de percelen zichtbaar en niet de grenzen van het gehuurde. Daaruit kan dus niet worden afgeleid dat de percelen [nummer 4] en [nummer 5] niet onder het gehuurde vallen, zeker niet in het licht van de hiervoor vermelde voorgeschiedenis waaruit de partijbedoeling mede kan worden afgeleid.
5.8.
Aan de onjuistheid van de in de huurovereenkomst vermelde oppervlakte van het gehuurde komt in dit geval geen doorslaggevende betekenis toe. Uit de overige omstandigheden volgt namelijk dat Sparq ervan mocht uitgaan dat alle vijf de percelen, waaronder [nummer 4] en [nummer 5] , onder de huurovereenkomst vielen.
5.9.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het gehuurde in artikel 1 van Pro de huurovereenkomst bestaat uit vijf percelen, te weten [nummer 7] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 6] en [nummer 5] , en dat de in artikel 15 van Pro de huurovereenkomst opgenomen koopoptie dus ziet op al deze percelen. De vordering van Sparq om Prosperity te veroordelen tot medewerking aan de levering van deze percelen zal dan ook worden toegewezen.
5.10.
De door Sparq gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen. Prosperity heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde dwangsom. De rechtbank ziet geen aanleiding om de dwangsom te matigen of anderszins aan te passen, gelet op het financiële belang van de zaak. De vordering zal worden toegewezen op de in de beslissing te vermelden manier.
5.11.
Sparq vordert Prosperity te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 443,03 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 653,00 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 653,00), totaal € 1.810,03.
5.12.
Prosperity is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sparq worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
0,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.573,40
5.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
5.14.
Prosperity vordert veroordeling van Sparq tot betaling van een tweetal facturen van € 5.991,56 en € 3.413,41 inclusief btw (totaal: € 9.404,97), voor extra werkzaamheden die zij op verzoek van Sparq aan het bedrijfspand heeft verricht. Sparq stelt primair dat deze vordering is verjaard op grond van artikel 3:307 lid 1 BW Pro.
5.15.
Partijen zijn het erover eens dat de in rechtsoverweging 3.18 opgenomen brief van de toenmalige advocaat van Prosperity in beginsel kwalificeert als een stuitingshandeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW Pro. Sparq heeft echter terecht aangevoerd dat de verjaring van de vordering van Prosperity door middel van deze brief niet tijdig is gestuit. Vaststaat dat de facturen (althans de aanmaningen van 14 mei 2020) een vervaldatum hebben van 21 mei 2020. Daarmee zijn de vorderingen in ieder geval op die datum opeisbaar geworden. Op grond van artikel 3:307 BW Pro verjaart een rechtsvordering door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. In dit geval begon de verjaringstermijn dus op 22 mei 2020. Dit brengt mee dat de verjaring is voltooid aan het einde van de dag op 21 mei 2025. De brief van 21 mei 2025 kan slechts als tijdige stuitingshandeling worden aangemerkt als deze Sparq vóór voltooiing van de verjaring heeft bereikt. Op degene die zich beroept op het rechtsgevolg van de door haar tot de geadresseerde gerichte verklaring, rust de stelplicht en de bewijslast dat deze verklaring de geadresseerde ook (tijdig) heeft bereikt. [6] Prosperity heeft niet gesteld dat de brief van 21 mei 2025 Sparq ook op die datum heeft bereikt. Volgens Sparq was de brief te laat. Bij deze stand van zaken moet ervan worden uitgegaan dat de brief Sparq niet op 21 mei 2025 heeft bereikt, waardoor de verjaring al was voltooid toen zij deze ontving en de brief dus niet meer tot stuiting kon leiden.
5.16.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens Prosperity daarnaast nog gewezen op een e-mail van 26 juli 2022 aan Sparq (productie 12 bij conclusie van antwoord in conventie). In deze e-mail heeft Prosperity zich naar het oordeel van de rechtbank niet ondubbelzinnig haar recht op nakoming voorbehouden, waardoor de e-mail niet als stuitingshandeling in de zin van artikel 3:307 lid 1 BW Pro kan worden gekwalificeerd. Er staat immers alleen maar in dat Prosperity een afspraak wil maken met Sparq om het open staan van de nota’s te bespreken. Dat is niet voldoende. Door Prosperity is niet aangevoerd dat er andere stuitingshandelingen zouden zijn verricht.
5.17.
Gelet op het voorgaande is de vordering van Prosperity verjaard en zal die worden afgewezen.
5.18.
Prosperity is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sparq worden begroot op:
- salaris advocaat
1.108,00
(2 punten × € 554,00)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.256,00,00
5.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
verder in conventie
5.20.
De afwijzing van de vordering van Prosperity in reconventie brengt mee dat aan beoordeling van de voorwaardelijke vordering van Sparq in conventie niet wordt toegekomen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder deze is ingesteld.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt Prosperity tot medewerking aan de levering van de onroerende zaken kadastraal bekend als gemeente Tjalleberd, sectie K, nummers [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 3] ,
[nummer 4] en [nummer 5] binnen acht (8) weken na 1 juli 2026, onder verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00 voor elke dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat Prosperity haar medewerking aan deze veroordeling na betekening van dit vonnis niet verleent, tot een maximum van € 600.000,00,
6.2.
verstaat dat niet wordt toegekomen aan een beslissing op de voorwaardelijke vordering,
6.3.
veroordeelt Prosperity in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.810,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt Prosperity in de proceskosten van € 1.573,40, te betalen binnen vijftien dagen na dagtekening van dit vonnis,
in reconventie
6.5.
wijst de vorderingen van Prosperity af,
6.6.
veroordeelt Prosperity in de proceskosten van € 1.256,00, te betalen binnen vijftien dagen na dagtekening van dit vonnis,
in conventie en in reconventie
6.7.
veroordeelt Prosperity tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als Prosperity niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.8.
veroordeelt Prosperity tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen vijftien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald,
6.9.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1, 6.3, 6.4 en 6.6 tot en met 6.8 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
1062

Voetnoten

1.In de pleitnota die mr. Duursma tijdens de mondelinge behandeling namens Sparq heeft voorgedragen is de in rechtsoverweging 3.6 weergegeven tekening opgenomen en daarop zijn enkele percelen geel omrand. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de discussie tussen hen ziet op dat geel omrande deel op de tekening. De rechtbank heeft echter na de mondelinge behandeling geconstateerd dat ook perceel [nummer 6] geel is omrand op de tekening in de pleitnota, terwijl tussen partijen niet ter discussie staat dat dit perceel onder het gehuurde valt en daarmee onder de koopoptie.
2.In de huurovereenkomst is over de oppervlakte van het gehuurde vermeld dat het om ‘circa 1.820 m²’gaat. Volgens Prosperity was de exacte omvang van de percelen toen nog niet bekend en is de werkelijke omvang van de drie percelen in totaal 1.981m².
5.E-mails van 16 september 2021, productie 6 en 7 bij dagvaarding.