ECLI:NL:RBNNE:2026:1855

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
24/4711
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WthArt. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 2, eerste lid, aanhef en onder e, Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid burgemeester tot opleggen tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende onderbouwing

Eiseres kreeg op 17 november 2024 een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester van Meppel, gebaseerd op een gezamenlijke verklaring van haar familieleden over vermeend huiselijk geweld. Eiseres stelde dat zij niet de dader was en dat zij niet gehoord was voorafgaand aan het besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 15 april 2026 en concludeerde dat de burgemeester onvoldoende en eenzijdig bewijs had verzameld, zonder objectieve gegevens of eigen onderzoek.

De rechtbank benadrukte dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegepast bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid. Omdat eiseres niet gehoord was en het besluit uitsluitend steunde op verklaringen van familieleden, was er geen deugdelijke belangenafweging gemaakt. Hierdoor was de burgemeester niet bevoegd het huisverbod op te leggen.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de burgemeester tot betaling van proceskosten aan eiseres. Tevens werd vastgesteld dat eiseres nog procesbelang had ondanks het beëindigen van het huisverbod, vanwege de impact op haar eer en goede naam.

Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod aan eiseres wordt vernietigd wegens onbevoegdheid burgemeester en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/4711

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2026 in de zaak tussen

[naam], uit [woonplaats], eiseres

en

De burgemeester van de gemeente Meppel

(gemachtigden: mrs. J.H. Oostra en H.E. Benjamins).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het tijdelijk huisverbod dat aan haar is opgelegd. [1] Eiseres is het niet eens met dit huisverbod. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester niet bevoegd was om het huisverbod aan eiseres op te leggen. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 17 november 2024 heeft de burgemeester eiseres een huisverbod opgelegd van 10 dagen voor de woning aan [adres] in [woonplaats]. Na afloop van het huisverbod is dit niet verlengd.
2.1.
Eiseres heeft op 19 november 2024 beroep ingesteld tegen het huisverbod. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het toetsingskader?
3. De burgemeester kan aan een persoon een huisverbod opleggen als uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of als op grond van feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. [2]
3.1.
Het huisverbod heeft als doel om in noodsituaties escalatie te voorkomen en hulp te bieden. Het huisverbod is bedoeld om strafbare feiten in de vorm van huiselijk geweld te voorkomen en de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. Met het huisverbod wordt ook beoogd de gezondheid en de lichamelijke integriteit van de betrokkenen te kunnen beschermen in crisissituaties waarin (nog) geen sprake is van strafbare feiten. [3]
3.2.
Het opleggen van een huisverbod is een ingrijpend instrument waarvan de toepassing zeer grote gevolgen heeft voor het privéleven van alle betrokkenen. De bevoegdheid om een huisverbod op te leggen, is daarom beperkt tot situaties waarin voldoende grond aanwezig is om aan te nemen, of ernstig te vermoeden, dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen is. Als dat het geval is, moet de burgemeester zorgvuldig overwegen of het opleggen van een huisverbod nodig is. De rechter beoordeelt of de aangevoerde omstandigheden zo ernstig zijn, dat in het betreffende geval een bevoegdheid tot opleggen van een huisverbod bestond. Als dat zo is, wordt de afweging van de burgemeester om vervolgens van die bevoegdheid gebruik te maken verder door de bestuursrechter terughoudend getoetst. Dit volgt uit vaste rechtspraak. [4]
Hoe is het bestreden besluit tot stand gekomen?
4. Ten tijde van het opgelegde huisverbod woonde eiseres samen met haar moeder en zus in de woning aan [adres] in [woonplaats].
4.1.
Op 16 november 2024 is door de moeder, zus en broer van eiseres een melding bij de politie gedaan van huiselijk geweld. Naar aanleiding hiervan en een gesprek met de politie hebben zij aangifte gedaan van bedreiging en mishandeling door eiseres.
4.2.
Hierop heeft de hulpofficier van justitie de procedure gestart voor het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan eiseres. Op 17 november 2024 is door de hulpofficier van justitie het rapport ‘Situatie ter plaatse’ en een Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) opgesteld.
4.3.
Op 17 november 2024 is een tijdelijk huisverbod opgelegd aan eiseres voor de duur van 10 dagen, tot 27 november 2024. Op 27 november 2024 heeft de burgemeester besloten het tijdelijk huisverbod niet te verlengen.
Heeft eiseres procesbelang?
5. De rechtbank oordeelt (ambtshalve) dat eiseres nog procesbelang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit om aan haar een tijdelijk huisverbod op te leggen, ondanks dat het huisverbod al is beëindigd en eiseres niet de wens heeft om terug te keren naar de woning in [woonplaats]. Een huisverbod impliceert namelijk een publiekelijke afwijzing van het gedrag van de uithuisgeplaatste. Het is daarom aannemelijk dat eiseres hierdoor in haar eer en goede naam is geschaad. Alleen al daarom kan het resultaat dat eiseres wil bereiken, namelijk vernietiging van het besluit, voor haar van meer dan principiële betekenis zijn. [5]
Bestond er een bevoegdheid om aan eiseres een huisverbod op te leggen?
6. Volgens eiseres is het huisverbod ten onrechte aan haar opgelegd, omdat zij niet de dader is. Haar moeder, zus en broer probeerden haar het huis uit te pesten en gebruikten daarbij fysiek geweld. Op 15 november 2024 ontstond er ruzie, omdat eiseres voor zichzelf opkwam. Eiseres werd vervolgens door haar moeder en zus uitgescholden en mishandeld. Haar broer werd erbij geroepen, hij heeft eiseres bedreigd met een aardappelschilmesje en zijn vuisten. Ook hebben haar familieleden gedreigd om haar te vermoorden als eiseres de woning niet zou verlaten. Eiseres heeft toen gezegd dat zij aangifte zou gaan doen tegen haar familieleden. Volgens eiseres hebben haar familieleden de volgende dag een valse aangifte tegen haar gedaan.
6.1.
Eiseres heeft op de zitting verklaard dat zij alleen thuis was en al naar bed was gegaan toen de politie op 16 november 2024 ’s avonds langskwam. Het huisverbod is op 17 november 2024 opgelegd en eiseres begrijpt niet waarom zij daarvoor niet is gehoord. Eiseres heeft op de zitting ook naar voren gebracht dat het huisverbod voor haar verstrekkende gevolgen heeft gehad: voor haar werk, haar inkomen, haar relatie en haar mentale gesteldheid.
6.2.
Volgens de burgemeester waren de feiten en omstandigheden voldoende om het huisverbod op te mogen leggen. Er bleek duidelijk dat er een onmiddellijk gevaar uitging van eiseres voor de veiligheid van haar familieleden. Uit het RiHG komt naar voren dat er een ruzie heeft plaatsgevonden waarbij door eiseres is gedreigd met een mes en ook door haar is uitgesproken dat zij dit zou gebruiken. Dit heeft zwaar meegewogen bij de beslissing om het huisverbod op te leggen. Het huisverbod moest escalatie voorkomen en zorgen voor een afkoelingsperiode. In wat eiseres naar voren heeft gebracht, ziet de burgemeester geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het opgelegde huisverbod.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester niet bevoegd was om het huisverbod op te leggen. Er was onvoldoende grond aanwezig om aan te nemen, althans ernstig te vermoeden, dat de aanwezigheid van eiseres in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van haar huisgenoten. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
6.3.1.
De burgemeester heeft zich gebaseerd op het rapport ‘Situatie ter plaatse’ en het RiHG. De rechtbank stelt vast dat in het rapport ‘Situatie ter plaatse’ alleen (summier) is weergegeven wat de familieleden van eiseres gezamenlijk hebben verklaard. Er zijn geen objectieve gegevens beschikbaar die deze verklaring ondersteunen en waaruit blijkt dat sprake was van geweld of gevaar van de kant van eiseres. Zo is bijvoorbeeld niets vermeld over letsel of getuigenissen van anderen. Ook is er niets vermeld over de situatie die de politie heeft aangetroffen toen de politie op de melding van huiselijk geweld afkwam.
6.3.2.
De rechtbank stelt verder vast dat ook het RiHG is gebaseerd op de verklaring van de familieleden van eiseres, met uitzondering van de opmerking dat er geen eerdere meldingen/politiemutaties zijn. Daarnaast wordt in het RiHG geen toelichting gegeven op punt ’14. Rechtvaardiging achteraf’. Het is niet inzichtelijk waarop de opmerking ‘toont geen enkel berouw’ is gebaseerd, terwijl het wel als sterk signaal heeft meegewogen. Het rapport ‘Situatie ter plaatse’ en het RiHG zijn bovendien pas twee dagen na het vermeende incident met het mes opgesteld.
6.3.3.
De rechtbank stelt tot slot vast dat eiseres voor het huisverbod niet gehoord is, zonder dat daarvoor een reden is gegeven. Bovendien staat de verklaring die eiseres (twee dagen na het huisverbod) in haar beroepschrift heeft gegeven, haaks op die van haar familieleden. Voor het verloop van de gebeurtenissen die hebben geleid tot het huisverbod en het invullen van het RiHG is dus alleen uitgegaan van de verklaring van de familieleden van eiseres. De burgemeester heeft dit op de zitting erkend. Van enig verder onderzoek is niet gebleken. Hier was in dit geval alle reden voor omdat geen registraties of eerdere mutaties bekend zijn, die een aanwijzing zouden kunnen zijn voor eerdere problemen.
6.3.4.
Omdat het opleggen van een huisverbod een zeer ingrijpend instrument is dat uitsluitend is bedoeld voor noodsituaties moet dit herkenbaar, duidelijk en deugdelijk zijn onderbouwd. [6] Zoals hiervoor is overwogen, is dat in dit geval niet gebeurd. De burgemeester heeft zich ten onrechte bevoegd geacht om het huisverbod op te leggen. Bovendien heeft er geen deugdelijke belangenafweging plaatsgevonden, omdat eiseres niet gehoord is. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. [7] Om deze reden komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.
7.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen.
7.1.1.
De rechtbank stelt de vergoeding van de reiskosten van eiseres om de zitting bij te wonen vast op een bedrag van € 66,60 (retourkosten openbaar vervoer 2e klas, [woonplaats] – Groningen).
7.1.2.
Eiseres heeft ook verzocht om vergoeding van verletkosten. De verletkosten in verband met het bijwonen van de zitting worden vastgesteld op 8 uur. Eiseres heeft het gestelde tarief van € 45,- per uur niet onderbouwd. Daarom wordt het laagste uurtarief van € 9,- toegekend. [8] De totale verletkosten worden vastgesteld op € 72,-.
7.1.3.
De totale proceskosten komen daarmee op een bedrag van € 138,60.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 17 november 2024;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 138,60 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Huizenga-Bergsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod (Wth).
2.Artikel 2, eerste lid, van de Wth.
3.Kamerstukken II 2005/06, 30 657, nr. 3, blz. 2 en 7.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2379.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:778.
6.Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:778.
7.Artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
8.Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.