ECLI:NL:RVS:2021:778
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod burgemeester Schiedam wegens onvoldoende onderbouwing ernstig en onmiddellijk gevaar
De burgemeester van Schiedam legde op 19 juli 2020 een huisverbod op aan appellant na een melding van huiselijk geweld door zijn vrouw. Dit huisverbod werd verlengd, maar later ingetrokken na veiligheidsafspraken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat er een ernstig vermoeden van gevaar bestond en het huisverbod proportioneel was, mede gezien de instemming van partijen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het huisverbod onterecht was omdat er geen concreet bewijs was van ernstig en onmiddellijk gevaar, de verklaringen tegenstrijdig waren en het contactverbod met de kinderen onnodig was.
De Raad van State oordeelde dat de onderbouwing van het huisverbod onvoldoende was, gezien het ontbreken van objectieve gegevens, het tegenstrijdige bewijs en het ontbreken van nader onderzoek. Het huisverbod werd daarom vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het huisverbod en de verlenging daarvan worden vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van ernstig en onmiddellijk gevaar.