Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1892

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11825958 BU VERZ 25-1790
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende duidelijke bebording busstrook na zijweg

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C1) op een busstrook in Groningen. Hij stelde dat de overtreding plaatsvond op een wegvak waar de bebording niet duidelijk was aangegeven. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd vastgesteld dat het C1-bord slechts geldt voor het wegvak waar het is geplaatst en niet voor het nieuwe wegvak na een zijweg. Na het kruispunt werd de busstrook niet opnieuw aangeduid met een C1-bord of het wegteken “BUS”, waardoor het voor de weggebruiker onvoldoende duidelijk was dat het om een busstrook ging.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld als overtreding vanwege het ontbreken van deugdelijke bebording. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en de boete vernietigd. Betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en herhaalde bebording bij wegvakken na zijwegen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende duidelijke bebording van de busstrook na een zijweg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271768268
zaaknummer: 11825958 BU VERZ 25-1790
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 18 januari 2025, om 14:22 uur, op de Aweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de gedraging plaatsvond op de Hoendiepskade, terwijl de politie hem staande heeft gehouden op de Verlengde Visserstraat. De officier van justitie gaat er vanuit dat de politie heeft gecontroleerd of de bebording aanwezig was. De staandehouding vond echter 350 meter verderop plaats en ze zijn niet teruggegaan naar de plaats van de gedraging om de bebording te controleren. Betrokkene heeft zijn perspectief uitgelegd aan de politie en de video van zijn auto aan de agenten laten zien. Ter plaatse is geen duidelijke bebording aanwezig. Betrokkene heeft foto’s bijgevoegd van 17 maart 2025. Toen was er nog steeds geen duidelijke indicatie dat sprake was van een busbaan. Betrokkene heeft bij het beroepschrift een USB-stick gevoegd met videobeelden en foto’s ter ondersteuning van zijn verweer.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of de bebording deugdelijk aanwezig was.
6. Betrokkene reed vanuit westelijke richting op de Hoendiepskade in de richting van de kruising met de Westerhaven. Ter hoogte van Hoendiepskade nummer [nummer] gaat de weg over in een gewone rijbaan en een naastgelegen busstrook, die is aangeduid met een C1-bord en het wegteken “BUS”. Beide rijbanen lopen parallel en kruisen ongeveer dertig meter verderop de Westerhaven. Na dit kruispunt wordt de busstrook niet opnieuw aangegeven met een C1-bord of het wegteken “BUS”.
7. Het C1-bord is slechts van kracht voor het wegvak waarlangs het is geplaatst. [1] Na een zijweg is sprake van een nieuw wegvak. [2] Dit brengt mee dat het C1-bord dat voor het kruispunt staat, niet van toepassing is op het nieuwe wegvak na het kruispunt. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
8 . Het wegteken “BUS” hoeft niet na elke zijweg herhaald te worden. [3] In dit geval is het voor de weggebruiker echter onvoldoende duidelijk dat het om een busstrook gaat, omdat deze niet opnieuw is aangegeven met een C1-bord of het wegteken “BUS”. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 14 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7288, r.o. 7.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10169.
3.Hof Arnhem-Leeuwarden 14 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7288, r.o. 7.