Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1895

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11832665 BU VERZ 25-1877
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard wegens onvoldoende zichtbaarheid kenteken door trekhaak

Betrokkene kreeg een boete van €189 opgelegd wegens het niet behoorlijk zichtbaar zijn van het kenteken op zijn voertuig, vastgesteld op 4 oktober 2024. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 23 april 2026 voerde betrokkene aan dat het kenteken vanuit een normale positie goed leesbaar was en dat de trekhaak op standaardpositie geen significante belemmering vormde. Hij stelde dat eerdere boetes bewezen dat flitspalen het kenteken konden lezen en dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende bewijs was. Ook wees hij op het ontbreken van eerdere waarschuwingen en ontkende opzet.

De kantonrechter oordeelde dat het zicht op de middelste twee karakters van het kenteken deels werd geblokkeerd door de trekhaak, wat niet voldoet aan de strenge jurisprudentie dat het kenteken volledig zichtbaar moet zijn vanaf twintig meter. De foto in het dossier bevestigde deze belemmering. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onvoldoende zichtbaarheid van het kenteken door de trekhaak wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269488757
zaaknummer: 11832665 BU VERZ 25-1877
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘het kenteken is niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op of aan het motorrijtuig’, verricht op 4 oktober 2024, om 11:03 uur, op de Vondellaan in Haren Gn, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert dat zijn kenteken goed leesbaar was vanuit een normale positie. De trekhaak zit op de standaardpositie en vormt geen significante belemmering. Betrokkene heeft eerder boetes gekregen, dus flitspalen zijn in staat om het kenteken te lezen. Daarnaast vormt de verklaring van de verbalisant onvoldoende bewijs. Uit de foto van de verbalisant blijkt slechts een minimale afwijking. Verder was de verbalisant lang bezig met het maken van de foto van het kenteken. Dit suggereert dat hij meerdere pogingen moest doen of moeite had om een opname te maken die zijn standpunt zou onderbouwen. Verder betreft het een vaste trekhaak. De verbalisant heeft dit ook geconstateerd, maar heeft hier niets meer over gezegd. Betrokkene heeft daarom niet het idee dat er een redelijke afweging is gemaakt. Verder heeft betrokkene nooit eerder een waarschuwing of bekeuring gekregen voor zijn kentekenplaat. Ook was geen sprake van opzet. Betrokkene heeft de trekhaak inmiddels verwijderd.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Volgens het aanvullend proces-verbaal is de foto genomen vanaf de wettelijke afstand van twintig meter.
Overwegingen
5. In het dossier bevindt zich een foto van de achterzijde van het voertuig. Op deze foto is te zien dat de trekhaak zich zodanig voor de kentekenplaat bevindt dat de middelste twee karakters van het kenteken niet volledig zichtbaar zijn.
6. Uitgangspunt is dat onder alle omstandigheden een onbelemmerd zicht dient te zijn op de kentekenplaat en dat het kenteken (volledig) zichtbaar dient te zijn. [1] De jurisprudentie op dit punt is vrij streng. Een kentekenplaat moet vanaf twintig meter goed zichtbaar zijn; betrokkenes foto is niet vanaf die afstand gemaakt. Nu het zicht op de middelste twee karakters van het kenteken deels is geblokkeerd door de aanwezigheid van de trekhaak, is de kantonrechter van oordeel dat het kenteken niet behoorlijk zichtbaar is. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7608.