ECLI:NL:RBNNE:2026:2017
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet buiten behandeling te stellen. Dit besluit is genomen omdat verzoeker geen bewijsstukken heeft overgelegd van bankrekeningen bij een Litouwse bank die op zijn naam staan, terwijl deze gegevens noodzakelijk zijn om zijn recht op bijstand vast te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is en doet daarom uitspraak zonder zitting. Verzoeker heeft weliswaar aangetoond dat er contact is geweest tussen zijn bewindvoerder en de Litouwse bank, maar heeft geen bewijs geleverd van adequate juridische stappen om de gevraagde bankafschriften te verkrijgen. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij via een applicatie op zijn telefoon toegang heeft tot alle benodigde gegevens of dat er sprake is van identiteitsfraude.
Verder blijkt dat verzoeker een nieuwe aanvraag heeft ingediend en is uitgenodigd voor een gesprek waarin ook zijn woonsituatie voorafgaand aan de aanvraag zal worden besproken. De voorzieningenrechter benadrukt dat verzoeker meer bewijs zal moeten aanleveren om in aanmerking te komen voor een uitkering.
Gelet op deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld en dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.