ECLI:NL:RBNNE:2026:2019
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging persoonsgebonden budget voor dagbesteding
Verzoeker, lichamelijk gehandicapt en rolstoelgebonden, ontvangt al 18 jaar een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in verband met zijn dagbesteding buiten zijn woonvorm. Het Zorgkantoor heeft het pgb per 1 juni 2026 beëindigd op grond van de Regeling langdurige zorg, omdat begeleiding alleen in groepsverband naast verblijf in een instelling mag worden ingekocht.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om het pgb te behouden tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft, omdat hij zonder het pgb zijn zorg niet kan betalen en daardoor niet kan blijven werken.
De voorzieningenrechter weegt mee dat verzoeker het pgb al 18 jaar ontvangt en dat er geen signalen zijn dat hij de zorg anders kan regelen voor 1 juni 2026. De belangen van verzoeker wegen zwaarder dan die van het Zorgkantoor bij het rechtzetten van de situatie. Daarom wordt het besluit geschorst en moet het Zorgkantoor het griffierecht en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het pgb wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.