ECLI:NL:RBNNE:2026:2027
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot betaling proceskosten na intrekking voorlopige voorziening
Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen een besluit van het UWV omtrent de betaling van een Ziektewetuitkering. Dit verzoek werd ingetrokken nadat het UWV op 20 april 2026 het bezwaar van verzoeker gegrond verklaarde en de uitkering met terugwerkende kracht hervatte.
De voorzieningenrechter stelde het UWV in de gelegenheid te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV reageerde niet. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan een bestuursorgaan in de proceskosten worden veroordeeld indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV met het hervatten van de betaling aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen en werd het UWV veroordeeld tot betaling van €934 aan verzoeker, gelijk aan de waarde van de ingediende proceshandeling.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €934 aan proceskosten na het gegrond verklaren van het bezwaar en intrekking van de voorlopige voorziening.