ECLI:NL:RBNNE:2026:2116
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting chalet wegens drugshandel
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van een chalet op een recreatiepark, opgelegd door de burgemeester van Midden-Drenthe op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting volgde op een politieonderzoek waarbij grote hoeveelheden harddrugs en wapens werden aangetroffen.
Verzoeker betwistte de rechtmatigheid van de doorzoeking en de evenredigheid van de sluiting. De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebruik van het strafrechtelijk verkregen bewijs in de bestuursrechtelijke procedure niet per definitie ontoelaatbaar is, tenzij het bewijs op een wijze is verkregen die indruist tegen de normen van een behoorlijk handelende overheid. Dit was niet aannemelijk gemaakt.
De rechter stelde vast dat de omvang en diversiteit van de aangetroffen drugs, de aanwezigheid van wapens en contant geld, en meldingen van drugshandel vanuit de woning, de sluiting noodzakelijk en evenwichtig maken. De belangenafweging hield rekening met het woonrecht, maar de grote mate van verwijtbaarheid en het recreatieve karakter van de woning rechtvaardigden de sluiting. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de chalet wordt afgewezen, waardoor de sluiting gehandhaafd blijft.