ECLI:NL:RVS:2025:2922
Raad van State
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging woningsluitingsbesluit wegens onevenredige inbreuk op grondrechten zwangere bewoner
De burgemeester van Rotterdam sloot op 8 juli 2021 een woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van harddrugs, wapens en een criminele context. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat er feitelijke drugshandel vanuit de woning plaatsvond en vernietigde het besluit.
De burgemeester stelde hoger beroep in en voerde aan dat sluiting ook mogelijk is zonder directe overlast, omdat de woning een schakel vormt in drugshandel. [Appellante], bewoner en erfgename van de overleden vader, voerde aan dat de indicatieve drugstest onvoldoende bewijs vormde en dat het besluit niet voldeed aan artikel 6 EVRM Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk was gezien de omstandigheden en het criminele milieu. Echter, de sluiting was onevenredig vanwege de zwangerschap van [appellante] en de impact op haar gezondheid. Het besluit en het daarop gebaseerde bezwaarbesluit werden vernietigd en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onevenredige inbreuk op de rechten van de hoogzwangere bewoner.