Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2207

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
18-750083-18
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden wegens recidive en verslavingsproblematiek

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 juni 2026 besloten de terbeschikkingstelling (tbs) van de veroordeelde met twee jaar te verlengen. De maatregel was eerder opgelegd wegens meervoudige opzettelijke brandstichting en diefstal door braak en inklimming. De verlenging volgt op een advies van Reclassering Nederland en een deskundigenrapport van psycholoog A.J. de Groot.

Veroordeelde, een man met een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek, heeft sinds juni 2022 een klinische behandeling ondergaan en woont sinds maart 2024 in een beschermd wonen setting. Ondanks positieve ontwikkelingen, zoals stabiele dagbesteding en afwezigheid van middelengebruik, blijft er een risico op terugval en recidive. De reclassering benadrukt het belang van voortgezet toezicht en begeleiding, waaronder ambulante zorg en begeleid zelfstandig wonen.

De rechtbank acht verlenging noodzakelijk voor de algemene veiligheid en stemt in met de voorgestelde aanpassing van voorwaarden, waaronder een strenger drugsverbod en de toevoeging van ambulante begeleiding. Veroordeelde en zijn raadsman hebben geen bezwaar gemaakt tegen de verlenging en de gewijzigde voorwaarden. De maatregel wordt verlengd met inachtneming van de voorwaarden die gericht zijn op toezicht, behandeling en het voorkomen van recidive.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar en past de voorwaarden aan voor toezicht en behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18-750083-18
beslissing van de meervoudige strafkamer van 2 juni 2026 in de rechtbank Noord-Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met 2 jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026, waarbij aanwezig waren:
  • de officier van justitie mr. L. Potijk;
  • veroordeelde
  • zijn raadsman mr. P. Bonthuis, advocaat te Haskerdijken;
- mevrouw [reclasseringsmedewerker] als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door Reclassering Nederland opgemaakte verlengingsadvies van 13 april 2026.
De rechtbank heeft voorts gelet op het advies van 10 maart 2026 als bedoeld in artikel
6:6:12, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), opgemaakt door psycholoog A.J. de Groot.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij arrest van 1 februari 2022 heeft het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden de veroordeelde ter beschikking gesteld met voorwaarden, wegens het meermalen plegen van opzettelijke brandstichting en diefstal door middel van braak en inklimming.
De terbeschikkingstelling is aangevangen op 24 juni 2022 en laatstelijk op 11 juni 2024 verlengd met twee jaren.
Het advies van de reclassering
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) te verlengen met twee jaren, een voorwaarde over ambulante begeleiding toe te voegen en de formulering van de voorwaarde over het drugsverbod te wijzigen. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is een thans 39-jarige man met een licht verstandelijke beperking en waarbij sprake is van verslavingsproblematiek. Als gevolg van zijn beperking is veroordeelde impulsief, heeft hij een gebrekkige zelfbeheersing en is hij onvoldoende in staat om de gevolgen van zijn gedragingen te overzien. Voorts heeft veroordeelde moeite met het behouden van structuur en is hij erg beïnvloedbaar.
Veroordeelde is van juni 2022 tot en met maart 2024 klinisch behandeld. De behandeling heeft zich gericht op het onthouden van middelengebruik, de uitbreiding van het sociale netwerk en het vergroten van zelfinzicht op het gebied van zijn verslavingsproblematiek en persoonlijkheid. Veroordeelde heeft aan alle behandelinterventies meegewerkt en sinds het behandelplafond in maart 2024 is bereikt, woont veroordeelde beschermd bij [woonplaats] Veroordeelde heeft tijdens zijn klinische behandeling weinig geoefend met verloven en daarom was de overstap naar het beschermd wonen erg groot. Dit heeft ertoe geleid dat veroordeelde meerdere keren de grenzen opzocht en zich onvoldoende aan de afspraken hield. Na daarop te zijn aangesproken, heeft veroordeelde zijn houding in positieve zin veranderd. Eind 2024 heeft veroordeelde echter een terugval in zijn middelengebruik gehad en is er een time-out ingezet.
Veroordeelde heeft de time-out succesvol afgerond en functioneert sindsdien stabiel. Ook zijn urinecontroles waren telkens negatief. Ondanks deze positieve ontwikkelingen blijven zijn verslavingsproblematiek, sociale netwerk en het behouden van structurele dagbesteding aandachtspunten.
Sinds september 2025 heeft veroordeelde een dagbestedingsplek in een autogarage. Dit gaat erg goed. Veroordeelde stelt zich tijdens zijn werk verantwoordelijk op en heeft een goed arbeidsethos. Verder is hij erg toegewijd aan het werk en heeft hij het gevoel mee te draaien in de maatschappij.
De reclassering heeft de afgelopen twee jaar meerdere keren moeten ingrijpen in de vorm van begrenzing, het schetsen van consequenties en opvolging. Het is daarom van belang dat de huidige stabiele en positieve ontwikkeling van veroordeelde gedurende een langere periode wordt gemonitord. Hierdoor kan met name vroegtijdig worden ingegrepen bij risicovol gedrag. Voorts zal de komende tijd moeten worden onderzocht hoe het begeleid wonen verder kan worden vormgegeven. Op dit moment wordt proefwonen
met ondersteuning van [instelling 1] en [instelling 2] onderzocht. Ook wordt onderzocht welke intensiteit van begeleiding hierin noodzakelijk is en daarnaast op welke termijn de gedragsbeïnvloendende en vrijheidsbeperkende maatregel een geschikt kader kan bieden bij de voortzetting van de reeds ingezette behandelingen. Het monitoren van de ontwikkelingen van veroordeelde en het onderzoeken van de mogelijkheden van begeleid zelfstandig wonen zal naar alle waarschijnlijkheid de termijn van één jaar overschrijden. Het is advies is daarom om de maatregel met twee jaren te verlengen.
De deskundige, reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker] , heeft tijdens de zitting het advies van de reclassering bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Indien de tbs-maatregel komt te vervallen, zal het risico op recidive oplopen. Veroordeelde is namelijk nog onvoldoende weerbaar en hij is afhankelijk van de zorg die wij hem bieden.
Veroordeelde is daarnaast ingeschreven bij een woningbouwvereniging en wij onderzoeken op dit moment of er urgentie voor hem kan worden aangevraagd. Totdat veroordeelde een passende woning heeft gekregen, kan hij bij [instelling 1] verblijven.
Het advies van de deskundige als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid Sv.
In het door psycholoog A.J. de Groot op 10 maart 2024 opgemaakte rapport wordt uitgebreid ingegaan op onder meer de tbs-geschiedenis en de diagnostiek en wordt daarnaast een inschatting gemaakt van het recidiverisico. Maar er wordt ook gesteld dat de psycholoog geen advies kan uitbrengen omdat veroordeelde niet aan het onderzoek wil meewerken.
De prognose van de psycholoog is echter wel, zakelijk weergegeven, dat veroordeelde blijvend ondersteuning en toezicht nodig zal houden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd de bijzondere voorwaarde over het drugsverbod aan te passen en een bijzondere voorwaarde over ambulante begeleiding toe te voegen zoals door de reclassering is geadviseerd.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
Veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Voorts hebben veroordeelde en zijn raadsman zich niet verzet tegen de wijziging en toevoeging van een bijzondere voorwaarde zoals door de reclassering is geadviseerd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende arrest vast dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de maatregel, ingeval van omzetting in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
Op grond van de inhoud van voormelde advies van de reclassering, de door de deskundige ter terechtzitting gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is
gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat veroordeelde zich niet verzet tegen de verlenging van de
terbeschikkingstelling met twee jaren. Veroordeelde woont sinds 2024 in een beschermd wonen setting en hij heeft passende dagbesteding. De komende tijd zal de reclassering de mogelijkheden van begeleid zelfstandig wonen onderzoeken en toezicht houden op ontwikkelingen van veroordeelde.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het advies,
met twee jaren verlengen. Tevens zal zij de voorwaarde met betrekking tot het drugsverbod en een drugscontrole wijzigen zoals de reclassering heeft voorgesteld. De rechtbank zal daarnaast een voorwaarde met betrekking tot ambulante begeleiding toevoegen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaren.
De rechtbank wijzigt de bij arrest van 1 februari 2022 onder 9. opgelegde voorwaarde en voegt de onder
11. opgelegde voorwaarde toe. De overige voorwaarden genoemd in het arrest van 1 februari 2022 blijven onveranderd
gelden.
De bijzondere voorwaarden komen als volgt te luiden:
Gelast de ter beschikking stelling van de veroordeelde, en stelt daarbij de voorwaarden dat:
Veroordeelde zich niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit.
Veroordeelde meewerkt aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
Veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van veroordeelde vast te stellen.
Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde
te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
  • Veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
  • Veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
  • Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
  • Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.
  • Veroordeelde meewerkt aan een time-out in een forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.
  • Veroordeelde niet zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat.
  • Veroordeelde zich laat opnemen in Hoeve Boschoord of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo spoedig mogelijk. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
  • Veroordeelde zich na de opname in een zorginstelling laat behandelen door een ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dit nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.
  • Veroordeelde verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan
de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
8. Veroordeelde inzicht geeft in zijn sociale netwerk en de reclassering vertelt met wie hij omgaat.
9. Veroordeelde geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt. Veroordeelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
10. Veroordeelde geen alcohol gebruikt en meewerkt aan onderzoek om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
11. Veroordeelde meewerkt, indien de reclassering dat nodig acht, aan ambulante begeleiding bij een instelling voor (forensische) ambulante begeleiding en/of woonondersteuning.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Joha, voorzitter, mr. R.B. Maring en mr. O.F. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Klungel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 juni 2026.
mr. M.E. Joha is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.