Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het (verdere) verloop van de procedure
2.De (verdere) beoordeling
- De procedure ten aanzien van de moeder komt tot een einde, de kinderrechter beëindigt haar gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- de Raad heeft geen gezagsvoorziening ten aanzien van de vader verzocht, de schorsing van zijn gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] eindigt van rechtswege op 7 augustus 2026;
- de kinderrechter zal daarom met ingang van 7 augustus 2026 beide kinderen onder toezicht stellen van de GI;
- de kinderrechter zal eveneens met ingang 7 augustus 2026 aan de GI een machtiging verlenen om [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg;
- beide maatregelen worden eerst genomen voor de duur van zes maanden, dus tot 7 februari 2027;
- de beslissing op de resterende verzochte duur houdt de kinderrechter aan;
- de kinderrechter zal een datum en tijd bepalen waarop de verzoeken over de kinderbeschermingsmaatregelen opnieuw mondeling worden behandeld;
- de kinderrechter bepaalt dat de Raad uiterlijk twee weken voor die mondelinge behandeling schriftelijk aan de rechtbank moet rapporteren;
- de kinderrechter behandelt vooralsnog de verzoeken van de ouders om een verdeling van zorg- en opvoedingstaken (bekend onder zaaknummer C/18/253057 / FA RK 26-108) te behandelen, niet. De advocaten hebben tijdens mondelinge behandeling aangekondigd dat zij mogelijk de in die procedure gedane verzoeken zullen intrekken.
3.De beslissing
vrijdag 22 januari 2027 om 14.00 uur;